Vrijdag 23 juli





Na Yellowstone een volgend groot nationaal park die oorspronkelijk niet op ons programma stond “Glacier National Park”. Zoals de naam al laat vermoeden gekend voor zijn glaciers, al zijn de meeste glaciers in de laatste 30 jaar gesmolten en denkt men dat ze binnen 30 jaar allemaal verdwenen zullen zijn. Glacier ligt op de grens met Canada en het park loopt eigenlijk tot in Canada, het was ooit het eerste internationale nationaal park. Het grootste deel ligt echter in Montana, USA. De weg die er middendoor loopt noemt de “going-to-the-sun-road”. Geef toe een naam die tot de verbeelding spreekt. Het is een weg die in door de bergpas loopt, in de jaren dertig gebouwd is en hierdoor zeer smal en uiteraard bochtig is. Motorhomes zijn niet toegelaten op deze scenic highway en dus zoeken wij een plaatsje op de campground en nemen we de gratis shuttlebus. Een schitterend idee maar doordat de weg zo smal is kunnen er alleen maar kleine minibusjes rijden (slechts 12 passagiers). Maar door grote wegenwerken (dankzij Obama's zijn recovery plan zijn er in alle nationale parken wegenwerken) en zeer veel bezoekers wordt de shuttleservice er ware hel. De eerste dag moeten we bijna 2h in lijn staan wachten (net in een hagelstorm) en 2h op het busje zitten om van de Logan pas (hoogste punt van de going-to-the-sun-road) terug naar de campground te geraken. Maar genoeg over de praktische kant het is en blijft een natuurpark en daarvoor komen we ook naar hier. De Going-to-the-sun road baant zich een weg door het gebergte en alhoewel de hoogste toppen hier slechts 2400m zijn liggen ze nog allemaal bedekt met sneeuw. De watervallen donderen overal om je heen naar beneden. Zonder de wegenwerken in beschouwing te nemen, begrijp je meteen waarom dit een scenic highway is. Uiteindelijk bereik naar veel prachtige vergezichten het hoogste punt: Logan Pass. Achter het visitor center begint een wandeling naar Hidden Lake. Al snel blijkt dat 93% van de wandeling ploeteren is door de sneeuw. Naast grote horden toeristen, proberen ook de witte wollige berggeiten zich een weg te banen naar de groene stukjes. En plots sta je boven een gigantisch mooi gletsjermeer, waar de ijsbergjes nog in drijven. We wandelen nog een beetje verder (weg van de massa) tot we een prachtig plaatsje vinden op een steen, in de zon, met uitzicht op Hidden Lake en met moeder berggeit en baby berggeit voor ons. Ja hier wil ik wel lang blijven zitten. Maar dit zijn de bergen en plots worden de wolken donkerder en donkerder. Tijd om op te krassen. Een hagelstorm raast over ons en ja iedereen wil weg van de berg waardoor we 2h moeten wachten tot een minibusje ons mee kan pakken naar beneden.
De volgende dag staan we vroeg op en nemen we terug de shuttlebus naar Logan Pas. Er start hier een wandeling die volgens de ranger alleen voor ervaren wandelaars is doordat er nog veel sneeuw op het pad ligt. Ja ik begin al in mijn broek te doen, zeker wanneer ze er nog eens bij zegt dat er wel wat gevaar zit in deze wandeling. Ik twijfel of ik wel deze wandeling mee doen. Je ziet hoog boven de weg langs de flank van de berg het pad lopen, na 12km daalt het pad 2200ft naar beneden. Ik kijk vol schrik naar boven maar vertrek toch samen met Nico en al vlug merk ik dat het pad breed is en alhoewel naast het pad steil naar beneden gaat zeer goed te doen is. Misschien betoveren de prachtige vergezichten van de omringende bergen en watervallen mij. Nico steekt er meteen goed de pas en en we steken wel 100 wandelaars en 4 berggeiten voorbij. Het pad baant zich een weg door watervalletjes en sneeuwvelden (ik geef toe dat ik daar toch een hand van Nico nodig had en de ranger een beetje gelijk had maar met de stevige hand overwin ook dit gevaar) tot je plots midden in gele bloemenvelden terecht komt en zicht krijgt op de chalet. Na een lunch in de zon wandelen we terug naar beneden (een heel gemakkelijke afdaling blijkt nu) en na amper 4h20min hebben we de 12 mijl (bijna 20km) afgelegd en komt net een minibusje voorbij waar we meteen kunnen opstappen. (oei en ik was aan het klagen over de shuttle service?)
Ondertussen hebben we geleerd dat de beerbellen helemaal niet werken en dat je moet klappen in je handen. We lijken nu dus meer op flamencodansers dan een koe of kerstman maar gezien we hier af en toe echt wel door “bear country” wandelen klappen we om de paar minuten in ons handen. Wanneer we de volgende dag een trail naar Avalanche Lake doen (de trail lijkt op een autostrade van wandelaars) worden we verrast door een zwarte beer die op amper 5 meter van ons langs een kreek zit te snoepen van enkele boompjes. Wij hadden de beer helemaal niet opgemerkt maar een tegenligger kreeg bijna een hartinfarct wanneer hij ons zo dicht naast de beer zit wandelen. (we geven grif toe we hebben niet in ons handen geklapt en de bear spray zat ergens diep in de rugzak want wie verwacht er een beer langs een autostrade van wandelaars?) Onmiddellijk ontstaat er een “bearjam” omdat alle wandelaars stoppen (uit schrik en uiteraard om een foto te nemen). Na een paar minuten heeft de zwarte beer er genoeg van en trekt hij het bos in. Wanneer we de wandeling langs een eenzaam pad in het bos (zonder de grote massa aan toeristen) verder zetten hangt de bearspray weer aan Nico zijn riem en klappen we weer in de handen. You never know! Maar behalve enkele herten en eekhoorntjes komen we na een wandeling 18km geen dieren meer tegen. Morgen rijden we terug naar het Zuiden, richting kust. Tijd voor wat anders ...

Zaterdag 17 juli






Een ganse week in Yellowstone en nog hebben we de helft niet gezien. Yellowstone is het eerste nationaal park van de ganse wereld. En in het korte seizoen (15juni tot 15 september) ontvangt het miljoenen bezoekers. Al lang staat dit nationaal park op ons verlanglijstje en het heeft ons niet teleurgesteld. Ook hier zijn de campings first come dus vroeg erbij zijn is de boodschap. We hebben geluk de eerste campground aan Lewis Lake heeft nog een plaatsje. Het nadeel is dat we hier wat verder van alles zitten dus dat we veel kilometers rijden. Het eerste deel die willen bezoeken is Westdumb geyser basin en Yellowstone Lake. Westdumb geyser basin doet is heel sterk denken aan Nieuw Zeeland alleen ruik je hier veel minder de zwavelgeur (en dus veel aangenamer want geen hoofdpijn zoals in Nieuw Zeeland) en de hotsprings zijn turquoise blauw waardoor ze veel mooier zijn om naar toe te kijken.
We zijn hier echt in bear country dus kopen we een bear bell – waardoor Nico op een koe lijkt of op de kerstman – ben er nog niet uit wat de meeste gelijkenissen vertoont. Ik kan hem alleszins nu niet meer kwijtspelen! We doen een paar korte wandeling maar al bij al als we 's avonds de optelsom maken hebben we weeral 16km achter de kiezen.
De volgende dag gaan naar waar Yellowstone het meest gekend voor is “Old Faithfull Geyser Basin”. Old Faithgfull is een geyser die elke 90 minuten ontploft en tot 40 meter hoog spuit. Mpet honderden zit iedereen rond geyser stilletjes te wachten en net op het moment dat je denkt “Ja hij zal vandaag net niet spuiten zeker” spuwt hij liters stoom de lucht in en hoor je een collectief “oooooh”. De eerste keer zien we de old Faithfull ontploffen vanop een observatiepunt maar door de stevige wind zien we vooral de stoom en niet meteen de kracht ervan. In het basin zijn honderden geysers en sommige kunnen voorspellen (soms met een speling van 3h) terwijl andere slapen of totaal onvoorspelbaar zijn. Maar overal komt de stoom uit de grond en zie de turquoise stomende waterpoelen, eentje noemt zelfs “Belgian pool”. Na 3 mijl door dit natuurgeweld wandelen, trakteren we onszelf met een wandeling naar de Mystic falls. De wandeling is stevig maar mooi. Wanneer we bovenaan de waterval staan zien we terug (90 minuten later) de old faithfull water de lucht in spuwen. Op de terugweg strompelen we moe de Old Faithful inn binnen. Een monumentale hotel van begin 1900 volledig in hout gemaakt en wanneer je de lobby binnenstapt geloof je je ogen niet. Zeven verdieping hoog houtgebinte, alles is zeer robuust en toch ook elegant. Honderden mensen staan naar boven te gapen met open mond, ook wij. Tijd voor koffie en waar kun je dit beter drinken dan in zo'n historisch gebouw. Buiten is er een gigantisch terras met even robuuste houten banken en tafels met zicht jawel op Old Faithful. Hier een koffie drinken is echt een traktatie. Bijna tijd voor de old faithfull zijn volgende ontploffing. Nu zitten we er met onze neus op: het is fenomenaal. Het is 17h en volgens de voorspellingen ontploffen er straks nog heel wat geysers. Dus maken we terug een wandeling langs de verschillende geysers wanneer plots Castle Geyser begint te spuwen zijn we volledig in trance, wel 30 minuten lang spuwt hij liters stomend water tientallen meters de lucht in. En terwijl we terugwandelen, begint ook weer de old faithfull met zijn spektakel. Dat de natuur zo clockwise was wist ik niet.
Wanneer we de volgende dag een andere meer centrale campground willen, blijkt dat alle campgrounds op onze weg reeds om 10h 's morgens volzet zijn. Wij rijden door naar de noordkant van het park Mammoth Springs en ongelooflijk maar het laatste campingplaatsje is voor ons. We boeken meteen voor 3 nachten. We verkennen de warmwaterbaden die eruit zien zoals diegene in Pammukale (Turkije) – ook hier drogen bronnen op en verdwijnen de mooie witte kalkbaden, ze worden grijs en brokkelen af. Maar ook hier laat men de natuur zijn werk doen en ooit beginnen die slapende bronnen weer te ontspringen en begint de kalkafzetting opnieuw. We wandelen door bearcountry met onze bel naar Beaver Ponds een hele mooie wandelen en trakteren onszelf op een ijscreme – 2 scoops die samen zeker een halve kilo wegen. Wanneer we nadien nog even met de ranger praten overtuigt deze ons om een bearspray te kopen. Maar we zijn nog steeds niet overtuigd. Pas nadat we de volgende dag op onze trekking naar de 3200 meter top van Mount Washburn op amper 100meter van dez track een grizzly met kleintje (cub) zien, later nog 3 beren waarvan zeker 1 grizzly beseffen we dat de ranger misschiezn toch wel gelijk had en dat een bearspray aanschaffen misschien toch wel een goede investering is. Nu hebben we de beren steeds op een veilige afstand met onze verrekijker kunnen observeren maar steeds waren de beren op een relatief korte afstand van een trail. En zeker wanneer ze met hun jong zitten zoals onze eerste grizzly zijn deze beesten niet zonder gevaar. De grizzly is trouwens de meest agressieve beer in de wereld.
Naast de hotsprings, geysers en de beren heeft Yellowstone nog een attractie: de canyon. Uiteraard niet zo groot als de grand canyon maar toch wel behoorlijk indrukwekkend. Er zijn twee indrukwekkende watervallen in deze canyon en via Uncle Tom's trail daal je af tot je bijna het gevoel hebt dat de waterval kunt aanraken. De trail bestaat uit bijna 400 trappen naar beneden, voor ons na de grand staircase in de blue mountains (Sydney) een kleintje. En inderdaad in 3 minuten staan we terug boven en dat op 8000ft hoogte – onze fysiek is nog steeds goed.
Onze laatste dag in Yellowstone brengen we apart door. Mijn spieren zijn moe en ik zie de beklimming van Sepulchre mountain (3400ft stijgen) niet zitten. Dus trekt Nico er alleen op uit, deze keer wel vergezeld van een bearspray. We zullen deze best hier laten want ik denk dat hij in België zou opgepakt worden voor verboden wapenbezit, want de bearspray is een versterkte vorm van pepperspray.

Zondag 11 juli





Zondag 11 juli
Alhoewel we overal veel standjes langs de weg zagen waar ze vuurwerk verkochten, hebben wij niet veel gehoord van het 4th of July vuurwerk. We hebben nl. overnacht in een statepark en daar is vuurwerk verboden. 's Morgens ziet Nico in de kofferruimte een lieflijk snoetje van een muisje. Oesje probleem we willen niet dat dit lieftallig ding de kabels kapot bijt. We kiezen voor euthanasie en dus rijden we onmiddellijk naar Supermarkt Walmart om muizenvergif te kopen. Op de kaart vinden we een volgende campground in Cache Valley. Cache valley zegt ons niet veel maar gezien het weer de komende dagen niet zo goed is in Yellowstone besluiten om hier een halt te houden. Op de kaart zien we dat er een wandeling aan de campground vertrekt: ideaal. De Old Juniper trail blijkt een beauty van een wandeling te zijn. Langs velden vol veldbloemen stijgen we 1800ft tot we een zicht krijgen op de volledige vallei. De bergen rondom ons zijn nog met sneeuw, de dennenbomen omringen ons. We hadden een korte wandeling in gedachten maar uiteindelijk wandelen 19km in deze mooie omgeving. 's Nachts springt Nico plots uit zijn bed en roept “Die muis heeft net over mijn gezicht gelopen”. Ik kom natuurlijk niet bij van het lachen en al vlug zijn we het erover eens dat het maar een droom was. Maar ik lig nog niet helemaal terug in mijn bed en hoor overal geritsel. Wel drie uur houdt de muis ons wakker met een kat en muis spel. Telkens wanneer we denken te weten waar hij zit verdwijnt hij. 's morgens horen we duidelijk het geritsel opnieuw trekt Nico op zoektocht – hij vindt de muis in een plastiek zak en gooit hem naar buiten, hij ziet het muisje het bos intrekken. Oef daar zijn we vanaf. Wanneer ik een uur later op het toilet zit hoort Nico een schruwel van jewelste. Nu ligt hij in een deuk van het lachen. Wanneer hij mij nadien hoort rustig zeggen: Nico er zit nog een muis in de mobiel, roept hij vlug “Ja dat had ik al lang door”. Ondertussen blijkt dat het vergif volledig is opgegeten. We willen geen risico nemen dus rijden we weer naar een winkel en kopen meteen een megaversie vergif. Op deze doos staat duidelijk dat de muizen pas na 4 dagen dood zijn. Ja dat is echt wel een trage dood.
We zijn zo gecharmeerd door deze regio dat we hier nog twee nachten blijven. We rijden naar Tony's Grove en vinden daar een mooie campground, we kamperen tussen de sneeuw, in een bos naast een prachtig gletsjermeer. We wandelen zo'n 15 km naar Whitelake, terug een prachtige wandeling en wat een rust wanneer we aan dit glacier meer aankomen, volledig omringd door bergtoppen in de sneeuw.
's Nachts horen we opnieuw geritsel, deze keer stop ik oorstoppen in mijn oren, zo kan ik tenminste slapen. Nog 2 dagen en het beestje is dood ... 's morgens zijn de drie potjes met vergif allemaal opgevreten. We beginnen langzamerhand te twijfelen of er maar één muisje in onze mobiel zit, we vrezen dat het een hele familie is.
Vandaag wandelen we naar de top van Mt Naomi op net geen 3000 meter, slechts 10km maar we stijgen 2000ft. Terug wandelen we langs grasgroene alpenweiden vol met veldbloemen. We stijgen gestaag en hoe hoger we komen hoe meer we sneeuwvelden over moeten, hoe dieper we in de sneeuw zakken, hoe meer onduidelijk het wordt waar nu het pad loopt. Maar uiteindelijk bereikt Nico dan toch de top (2993m).
Wanneer we 's avonds gaan slapen hebben de muis (of muizen) de nieuwe lading vergif opnieuw opgevreten. Dit wordt een massamoord. Dus vullen we opnieuw de 3 potjes met vergif. 's morgen is het vergif alweer opgegeten en wanneer ik uit bed stap zie ik plots een dode muis liggen. Nico wordt meteen opgevorderd als begrafenisondernemer en mag het dode beestje zijn laatste rustplaats geven (in de garbagebin). Nico gelooft niet dat dit het laatste slachtoffer is en wanneer we in de supermarkt de oude houten muizenvallen vinden, kopen we deze vlug en plaatsen we deze op strategische plaatsen. De volgende morgen vinden we er ééntje in de val. Sindsdien geen meer. Het blijft een raadsel hoe plots 3 muizen in onze camper zijn gekomen. We weten zeker dat ze er nog niet lang zaten, dus moeten ze er met z'n drieën zijn ingekropen terwijl ergens kampeerden. Er zijn genoeg gaten en buizen in de camper waar ze gemakkelijk kunnen inkruipen. Maar zie je het al voor je: drie muizen op een rijtje op zoek naar een gaatje en dan alle drie in processie erin kruipen? Enfin ze zijn weg en dat is het veiligste.
Vanuit Cache Valley rijden we naar Grand Teton NP, de alpen van de verenigde Staten. Drie bergen pieken met sneeuw erboven uit: de Tetons. Je kijkt links (oostelijke kant) en je ziet een grote vallei en je kijkt rechts (westelijke kant) en je ziet deze immense bergen, scherp, hoekig vol met sneeuw. De campings zijn hier steeds first come, first served. Je kunt dus niet reserveren. We nemen de campground die meestal het laatst volloopt en we hebben geluk: er is nog plaats. Ik moet 40 dollar betalen en vind dit toch vrij duur. Wanneer we even later naar het visitor centre gaan en vragen of alle campings zo duur zijn, kijken ze me vol ongeloof aan: alle campgrounds zijn 20 dollar per site per nacht. Ik toon mijn receipt en prompt neem men de telefoon en belt men de campground: ik krijg onmiddellijk een refund van 20 dollar. Ik vraag mij nog steeds af of het een waarachtige menselijke fout was of men die domme oversease toerist eventjes wilde doen dubbel betalen.
We maken nog een wandeling langs Taggert lake en plots zien we twee coyotes of wolven. We denken dat het coyotes zijn maar zijn er niet zeker van. Wanneer we de volgende dag wegrijden van de camping zien we een gigantische bizon in het gras liggen. Over een indrukwekkend beest gesproken: zijn kop en voorpoten lijken eerder op een bulldozer dan op een beest. Ze noemen ze niet voor niets de sneeuwruimers.
We rijden naar de volgende grote campground en hebben ook hier geluk: nog plaats. De meeste campgrounds lopen tegen 10h vol, sommige zelfs vroeger. Er blijkt een laundry op deze camping te zijn, maar wanneer we wandelen richting laundry beseffen we al vlug dat doordat wij op het verste punt van de camping liggen we meer dan 1 mijl (bijna 2 km) moeten wandelen. Er staan wel 20 wasmachines maar slechts eentje is vrij. Terwijl de halfuur was draait, brengen wij een bezoek aan het visitor centre. Terug wandelen naar de camper, wasdraad uithangen en erbij blijven want de geur van waspoeder trekt mogelijk beren aan. Pas nadat de was droog is, kunnen we terug een wandeling doen. We wandelennaar hermitage point, een beetje een ontgoochelende 10 mijl wandeling, want je blijft steeds in het bos en krijgt maar eventjes de mooie vergezicht op de indrukwekkende Tetons. Ach ja we hebben tenminste 10 mijl gewandeld.
De volgende dag starten we met een canoetochtje op Jackson Lake. We hopen om moose te zien, maar we hebben geen geluk. Wel zien we de Tetons weerspiegelen in het water terwijl wij peddelen, en alleen al daarvoor is dit canoetripje memorabel. Na twee uur leveren we de canoe terug in en rijden we naar Signal Mountain. Eerst iets eten, in de reisgids staat dat de Tacoberg (Mountain of taco's” indrukwekkend lekker en groot is dus bestellen we deze. We vallen bijna achterover wanneer de berg met taco, kip, biefstuk, bonen, zure room, salsa voor ons staat. Als we dit op hebben geraken we zeker niet meer op Signal mountain. Dat hoop ik stilletjes ... maar Nico denkt daar anders over. Na deze copieuze maaltijd (ben er nog steeds niet over wat een berg aan taco dit was) beginnen we aan de beklimming van Signal Mountain. En zelfs met de taco's in de maag is de beklimming van deze berg al bij al een easy en de beloning eenmaal op de to is fenomenaal. Voor je zie de vallei, uiteraard de tetons, ze blijven elke blik die je werpt domineren. Ook nu weer wandelen langs velden met wildbloemen in allerlei kleuren.
Op o,ze laatste Teton dag rijden we eerst van Colter Bay naar Jenny lake. In Willows Flat zien we twee kraanvogels – ze zijn ongelooflijk groot en toch elegant. Een blik in ons vogelboek leert ons dat dit Sandhill Cranes zijn. Ze komen hier in de zomer. In Jenny Lake maken we een wandeling in de canyon. Eerst 2 mijl rond het meer en dan via Inspiration Point de canyon in. Het is prachtig maar het weer begint ons parten te spelen. Druppels regen vallen op ons en na 1h30 minuten besluiten we om terug te keren. Zo kunnen we in Signal mountain Lodge nog de tweede helft zien van de wereldvekerfinale Spanje – Nederland. Uiteraard zit het café (de enige tv in Teton waar Sport wordt op uitgezonden) vol met Nederlanders (in gecamoufleerd oranje uitrusting). Het eindigt met applaus wanneer de Spanjaarden scoren (dan toch enkele Spaanse supporters?)

Zaterdag 3 juli





Vanuit the Arches rijden we naar Capital Reef NP. Dit national park wordt niet zo vaak bezocht terwijl het toch meer dan de moeite loont. Men noemt dit een reef omdat het een lijkt alsof de aarde hier een grote plooi maakt en net zoals een reef een rode muur vormt. Omdat de campground hier een first come, first served campground is rijden we meteen naar de camping. Het is gewoon ongelooflijk de camping is een groene oase midden in de natuur. Ook de indianen en de mormomen hebben deze oase ontdekt. De Fremont rivier brengt de natuur hier tot leven. Het historische stadje noemt niet voor niets Fruita, de vallei staat vol met boomgaarden. Nu is het nog niet het seizoen maar wanneer de fruitbomen vol met vruchten staan mag je als bezoeker gratis fruit komen plukken. Maar daarvoor zijn we hier nog iets te vroeg, dus geen fruitplukken. Dan maar wandelen zeker? We beginnen met een 2 km lange wandeling naar het visitor centrum. Daar krijgen we een kaart met de wandelingen. Vanuit het visitor centrum wandelen we naar de Fremont Canyon overloop, We stijgen in 3 km zo'n 1000ft (300m) en komen boven op de rim te staan. De canyon onder ons is fenomenaal. Maar echt genieten van deze view na deze uitputtende wandeling kunnen we niet omdat het vol zit met vliegjes die ons maar niet gerust laten. Gelukkig is de wandeling terug naar beneden iets minder uitputtend. Na 3 h zijn we terug in ons schaduwrijk campertje en hebben we 11 km gewandeld. 's avonds maak ik wilde zalm op BBQ klaar. De volgende dag trekken we met 4 liter water terug de canyon in. We klimmen naar boven en een eenmaal in de canyon is het fenomenaal hoe de rode, gele en witte kleurrijke canyon ons omringd. We wandelen verder via de rim tot we Cassidy Arch komen. Blijkbaar zo Butch Cassidy zich hier af en toe verstopt hebben. De canyon heeft zoveel hoekjes en kantjes dat je inderdaad je gemakkelijk kunt voorstellen hoe je hier jezelf kunt doen verdwijnen voor een tijdje. Tergelijkertijd is de canyon ook levensgevaarlijk. Binnenkort start hier de monsoon en dan kan er na een hevig onweer het water in de canyon zo plots stijgen en alles op zijn weg meesleuren. Als we via de grand wash in de narrows komen wordt ons duidelijk hoe indrukwekkend de waterstroom hier te werk gaat. Na 12km komen we terug op de baan terecht, gezien er geen loopwandeling is kunnen we niets anders dan de laatste 6 km langs de weg te wandelen. Het is heet, stekende vliegen blijven ons aanvallen, we hebben nog een halve liter water/ De laatste km zijn de hel maar dan is daar de homestead waar je heerlijke vers gemaakt ijsje kunt eten en dat maakt alles goed. Ondertussen luisteren we naar het nieuws. En het hoofdpunt is de aankomst van de Belgische koning in Congo en het ontslag van de commisie Adriaensen na de gerechtelijke inval. Bizar dat net dit het nieuws haalt in US.
De volgende dag rijden we door naar Escalente – Grand Staircase National Monument. Ook nu blijft het desolate landschap ons verrassen. De kleuren veranderen constant, soms lijkt het alsof de aarde onder je heen open scheurt. Op een bepaald moment rijden we over een riggel, langs beide kanten naast ons een diepe kloof van enkele honderden meter. We stoppen in Calf Creek Recreation Area waar je kunt kamperen in een rode canyon, met een heerlijk kabbelend riviertje naast ons. Van hieruit vertrekt een wandeling naar de Lower Falls. Om eerlijk te zijn verwachten we niet veel van de watervallen in deze droge woestijnachtige omgeving. Het wandelpad baant zich een weg via de canyon, het is ploeteren door het hete zachte zand maar na 3 mijl komen we in een schaduwrijke plaats en boven ons dondert een waterval naar beneden. Het is niet te geloven hoe in deze woestijn plots zo'n waterval tevoorschijn komt. Het water is ijskoud en doet ons meteen denken aan de waterholes in Australia. Een omgevingstemperatuur van bijna 40 graden en water van 15 graden voelt dan echt als ijskoud aan. We picknicken in deze prachtige omgeving en wandelen terug naar de camper.
Onze volgende halte is Kodachrome State Park, gekend voor zijn rotsen die eruit zien als schoorstenen. Ook nu vinden we een plaatsje op de campground in het park. We zijn verrast door de luxe die we hier krijgen: warme douches, onwaarschijnlijk proper sanitair, prachtig aangelegde kampeerplaatsen. Maar zeer snel ontdekken we het grote nadeel van deze kalmpplaats: gnats. Dit zijn ultrakleine vliegjes die het vooral op je gezicht gemunt hebben, en zelfs in je oren kruipen en daar dan lekker bloed zuigen waardoor je overal op de meest onmogelijke plaatsen insectebeten hebt. Gelukkig juiken ze niet al te veel. Maar gezellig buiten zitten zit er niet in. Ook nu willen we het park te voet verkennen. Maar vandaag willen de benen en de voeten niet mee. De vele kilometers van de laatste dagen hebben enkele blaren op mijn tenen bezorgd en na 1uur wandelen, ga ik terug naar de camper terwijl Nico het park verder verkend. Het is zeker een mooi park maar deze keer blijft het “waaawh-gevoel” een beetje weg.
Vanuit Kodachrome State Park is het maar 26 mijl naar Bryce Canyon National Park. Ook nu vinden een een kampeerplaatsje op de campground in het park. Wat heerlijk om na de woestijn terug onder de pijnbomen te staan. De temperatuur is hier opmerkelijk aangenamer. We wandelen tot aan de winkel (kleine kilometer) waar we een machine was doen. Het blijft verrassend dat we in 25 dagen nog steeds geen wasdraad gezien hebben. Iedereen gebruikt hier de droogkast. Gelukkig hebben wij wasdraad en wasspelden mee en dus toveren we onze kampplaats om tot een droogrek. Tussen de bomen spannen we touwen en daar hangt onze was. De enige bij meer dan 300 kampeerders. Best grappig.
We besluiten om vandaag een korte wandeling te doen. Volgens de brochure is Queens Garden en Navajo loop de beste 3 mijl (5km) wandeling van de wereld. Ja en dat merken we aan het volk. Maar ja 5 kilometer is echt niets, dus doen we er nog de peek-aboo loop, de under rim en rim walk bij. Uiteindelijk hebben we weer bijna 15 km gewandeld. Bryce is het meest betoverende nationaal park dat je kunt voorstellen. Het lijkt alsof je in sprookjesland wandelt met overal roos-rode-witte fijne torentjes. Elke bocht die je neemt, biedt een ander zicht op de canyon en je blijft verwonderd rondlopen, waardoor je 15km in plaats van 5 km. Ook de volgende dag nemen een 13 km lange wandeling. We merken een enorme verscheidenheid aan wilde bloemen. We nemen er een foto van in de hoop om ze nadien te kunnen identificeren, maar dat blijkt veel moeilijker te zijn d an gedacht. Na amper 2h45 hebben we de 13km lange loop die als zeer zwaar werd omschreven afgewerkt. Bryce heeft ons werkelijk betoverd. We zijn blij dat we 2 dagen en 2 lange wandelingen in de canyon gemaakt hebben. Het was meer dan de moeite waard.
En nu laten we het Zuidwesten achter ons en rijden we naar het Noorden. Morgen is het hier de 4 juli – nationale feestdag.

Zondag 27 juni






We trekken een groepje van 11 wandelaars en een Navajo gids naar de cliff dwelling van de Anastaci indianen. We dalen 700 ft de canyon in en komen in relic forest. Dit bos is nog zoals het er in 1200 in de canyon moet uitgezien hebben: douglas firs, aspen pines. Het is er koel, groen en veel schaduw. Geen wonder dat de anastaci hier wilden leven. Er is een waterbron doordat het water op een rots botst drupt het water gestaag in de canyon en groeit hier een waarachtig bos middenin de woestijn. De huisjes (meer dan 125 kamers) zijn in de klif gebouwd. In de zomer staan de huisjes steeds in de schaduw (koel) terwijl in de winter de zon de huisjes in de klif net verwarmd. De huisjes zijn piepklein, blijkbaar sliepen ze alleen binnenin, men leefde vooral op het dak en buiten. De gids vergeleek het met kamperen. In je tent slaap je ook alleen voor de rest leef je outdoors. Heel veel anastaci stierven voor ze 40jaar werden omdat ze het graan fijn maalden met zandsteen waardoor ze meer steen dan graan aten en dus bijzonder veel pijn moeten hebben gehad. Blijkbaar na 50 jaar brak een droogte uit en hebben de indianen hun klif verlaten op zoek naar een plaats met water. Na 3 h beginnen we aan onze klim naar boven. Ondertussen is het heet en we zijn redelijk verhit wanneer de klim uit de klif er op hebben zitten.
We rijden door naar Monument Valley. Je weet wel de fotootjes van de marlboro reclame. En ja het ziet echt zo uit. Je kunt hier met een eigen wagen via een slechte dirt road rondrijden of meerijden met een tourjeep. Wij doen geen van beide. We rijden door naar de primitieve campground en maken een 8km wandeling rond één van de buttes (Mitte butte). Het is bijzonder heet (bijna 40 graden in de schaduw) maar de wandeling geeft je een bijzonder mooie overview van het park. Zonsondergang is gewoon adenbenemend. 's Morgens rijden we verder naar natural bridges. Plots staat een bord langs de weg dat 2 mijl gravel is, met 10% stijgingspercentage en verschillende haarspeldbochten waar je slechts 5km/h kunt rijden en dat RV (wij dus) deze weg niet kunnen rijden. Dilemma. Wat doen we? Een Cruise America rental RV rijdt door. Nico beslist om er meteen achter te rijden. Als die er op kan, dan ik ook en de andere camper houdt alvast het tegenliggend verkeer tegen. De weg baant zich spectaculair een klif naar boven. Jammer dat je zou weinig kunt genieten van dit adembenemende klim naar boven. Maar de concentratie op de steile weg is nu belangrijker. Why don't they finish their roads? Komt spontaan bij ons op. Blijkbaar kennen ze dit fenonomeen niet alleen in Australia.
In Natural bridges maken we een wandeling tussen twee natuurlijke bruggen en volgen we de canyon. De bewegwijzering via cairns (hoopjes steen) trekt op niets en soms zijn we compleet het spoor bijster. Ook nu is het wandelen en klimmen dubbel zo zwaar door de hitte. Maar wanneer je in de canyon staat of onder zo'n magistrale natuurlijke brug dan heb je het er voor over. Maar na een paar uur staan we terug aan de trailhead. Het was een mooie wandeling, jammer van de slechte bewegwijzering – zeker in deze hitte wil je niet de weg kwijtspelen. Er is een kleine campground in het nationaal park maar we beslissen om nog wat verder te rijden richting Moab. We rijden door naar Monticelllo waar we in een RV park onszelf stationeren. (zo kunnen we wassen, hebben we een douche en internet). De douches en wc's zijn hilarisch. Alles is gewoon afgeschermd met een versleten en kapot douchegordijn. Stel je voor: op het WC zitten met een gewoon douchegordijn voor je. Ik veronderstel dat de eigenaar ervan uit gaat gezien iedereen full hookup heeft en met zijn megagrote camper afkomt, iedereen toch gewoon zijn eigen badkamer gebruikt. Je zou voor minder.
De volgende dag rijden we naar moab waar we alles versturen voor de verzekering, tanken en inkopen doen vooraleer we naar The Arches Nationaal Park doorrijden. Je krijgt hier in een supermarkt vaak veel korting als je een klantenkaart heb. Telkens komen we in een andere winkel, dus telkens haal ik een andere klantenkaart. Gemiddeld bespaar je 20% door net die dingen te kopen die via je kaart korting opleveren. Het is hier momenteel het seizoen voor steenfruit (peches, nectarines) en aardbeien. Voor 1 euro koop je een halve kilo aardbeien en dus ontbijten we nu al 3 weken met verse aardbeien: heerlijk! Maar genoeg over wat we kopen en eten. We rijden door naar The Arches en wat is dit nationaal park druk. Alle parkings staan vol. Daarom plannen we de eerste wandeling naar delicate arche omdat deze staat omgeschreven als zeer lastig, geen schaduw en niet te doen in de hitte van de dag. Wij denken dat er dus weinig zo zot zullen zijn om deze wandeling om 12h te doen. Maar zijn we hier mooi mis. Grote hordes wandelaars, vaak bloedrood verbrand zijn volop aan het zwoegen en zweten op hun klim naar Delicate Arch. Gewapend met sportdrank, zoutige snacks en onze pet starten we aan de wandeling. Ik kijk verbijsterd wanneer een zeer jong koppel met een paar maanden oude baby op hun buik naar beneden komt. De baby is bloedrood. We begrijpen beide niet hoe men zo onverantwoord kan zijn. In zo'n hitte minstens 2h in volle zon met een baby op je buik lopen. Ja die brengen hun avond waarschijnlijk in het hospitaal door. We zien ook veel gezinnen en alle kinderen zijn bloedrood verbrand. Al hoofdschuddend werken wij gestaag onze wandeling af, niet begrijpend waarom al deze kinderen zo verbrand zijn. Kennen ze hier dan geen zonnecreme? De klim naar boven is inderdaad lastig, vooral omdat je geen enkele schaduw hebt. Maar we worden beloond met een fenomenaal zicht. Overal om je heen zien rode canyon en dan staat daar in het midden, eenzaam en delicaat een stenen boog. Puur door de natuur. In tegenstelling tot een natuurlijke brug wordt deze niet gevormd door rivierwater maar door regenwater en sneeuw die in de winter binnenin de steen vervriest en dit doet na honderden jaren de steen kapot springen en zo ontstaat langzamerhand een boog.
De camping is omringd door dezelfde rode stenen canyon en arches. Het is fenomenaal mooi maar ook bijzonder heet. Er zitten kleine groene vliegjes die bijten dus terug inspuiten! Ik durf niet meer te tellen hoeveel DEET wij in dit jaar op ons lijf hebben gespoten. Na een rustpauze maken we nog een korte wandeling naar Tapestry Arch, Broken Arch en Sanddune Arch. Ook nu betovert de omgeving ons. Wanneer we terug op de camping komen zien we een volledig uitgebrande camper staan. Nico zegt meteen “Dit is vers”. Later horen we dat een paar uur geleden deze camper uitgebrand is, terwijl het franse koppel met hun fiets een tochtje aan het doen waren. We worden er stil van. Stel je voor je neemt je fiets en komt terug en alles, alles is weg. Je hebt geen papieren, geen kleren, geen niets meer. Gelukkig gebeurt dit niet zo vaak.
's Avonds praten we met een koppel (leerkrachten) maar de gesprekken zijn heel anders dan in Australia: ze zijn kort en ze beslissen zelf na 10 minuten dat ze genoeg van je weten. Ze komen nog verschillende keren langs voor een kort gesprekje, ze zijn geïnteresseerd in een house swap. We geven ze met plezier ons kaartje. 's Nachts kan ik niet slapen van de hitte, het zweet drupt van mijn hoofd, geen briesje waait door de camper. Ergens moet ik omstreeks 4u toch in slaap gevallen zijn, want wanneer de wekker om 7h gaat heb ik absoluut geen zin om op te staan. Maar we hebben een grote wandeling gepland “Devils Garden Trail van 12km. Dus opstaan, stevig ontbijten, rugzak klaarmaken, camper van plaats veranderen en weg zijn we. De eerste grote arch die we tegenkomen is landscape arch. Een lange smalle boog – onwaarschijnlijk dat deze blijft staan. Ze verwachten echter dat ze ieder moment zal invallen want in 1991 is er een groot stuk naar beneden gekomen. Ook dat is de natuur. Dus hebben ze het oorspronkelijk trail die onder de arch doorging om veiligheidsredenen afgesloten. Het pad wordt primitiever en moeilijker. Je klimt op zandstenen klifs waar de vista uiteraard adembenedemend is. Blijkbaar geeft dit zandsteen mij een veiliger gevoel dan de gravel want ik slaag erin om alle moeilijke passen alleen te doen (of toch bijna). Na 90 minuten stappen komen we bij Doulble O arch, een dubbele boog. We wandelen verder via primitive trail en primitief is het zeker. Af en toe is het pad behoorlijk avontuurlijk en ja ik heb de hand van Nico nodig, en één keertje moet hij mij echt moed inspreken maar na 4h staan we terug aan de camper. De hitte was op de wandeling zeer intens, voor de eerste keer zijn we door onze watervoorraad heen en om dat te vieren drinken we een Miller, volgens het blikje de champagne van het bier. We hebben dorst, champagne of niet een ijskoude pint is gewoon heerlijk.

Antelope Canyon




Dinsdag 22 juni






Na pipe Springs National monument rijden we naar Jacob Lake. Toen we hier een paar jaar geleden in april waren, lag er hier sneeuw. Maar nu baadt Jacob Lake (waar er helemaal geen meer is dus wie heeft die naam uitgevonden?) in de zon en is het er aangenaam warm. Er is een campground van National forests tussen de pijnbomen, midden in het bos. Op zich is het kamperen hier veel duurder dan Australia en Nieuw Zeeland. Je kunt vrij kamperen (boondocking of dispersed camping) maar het is niet zo evident om te weten welke dirt weg je mag inslaan en mag kamperen en waar het verboden is. Zo spenderen we heel wat tijd in Indianen reservaten en hier mag je zelfs niet wandelen of je wordt opgepakt door de politie. Dus spelen we het op veilig en kamperen we op officiële kampeerplaatsen, maar daar hangt dus een prijskaartje aan vast. Volgens het weerbericht koelt het hier 's avonds af tot 12 graden, behoorlijk fris dus maakt Nico een fantastisch kampvuur waar we een stoofpotje op koken. Dit is kamperen: de geur van pijnbomen en kampvuur en uren bezig zijn met je vuurtje en je stoofpotje.
De volgende dag vertrekken we vroeg want we trekken naar de North Rim van de Grand Canyon. De noordkant van de Grand Canyon wordt het minst bezocht omdat de weg er naar toe pas eind mei opengaat (te veel sneeuw) We rijden door een gebied waar recent een grote bosbrand alle pijnbomen tot staken heeft herleid. Maar hoe dichter we bij de grand canyon komen hoe meer het verschil met de south rim duidelijk wordt. Hier geen woestijn met bush maar grasgroene alpenweiden, pijnboombossen. We zoeken ons plaatsje op de camping en starten onze eerste reeks van trails. Via de rim wandelen we naar het visitors centre waar we lezen dat 2 jaar geleden een 24 jarige marathon loopster gestorven is in de canyon omdat ze te weinig water bijhad. Na twee dagen heeft men Margaret Bradley dood gevonden, compleet gedehydrateerd. Nico gelooft dit verhaal niet. 's Avonds zoeken we op internet het verhaal op en deze studente medicijnen is inderdaad gestorven in de Grand Canyon aan dehydratie, heeft inderdaad de Boston marathon gelopen in minder dan 3h maar het is niet zoals men laat uitschijnen een verkeerd afgelopen daguitstap. Blijkbaar zou ze samen met een vriend een uithoudingstest gedaan hebben en de volledige afdaling al lopend gedaan hebben. Hoedanook heeft het ons wel wakker geschud want als we net zoals Margaret morgen de canyon willen afdalen moeten we goed voorbereid zijn. Sportdrank, zoutige snacks, stevige lunch en uitgebreid ontbijt. We starten onze afdaling in de rim om 7h30 's morgens. De rangers raden aan om tot Roarings Springs te wandelen, een afdaling van 3000 ft (1000 meter) en ongeveer 16km. De eerste 4 km is bijzonder vervelende afdaling omdat dit stuk van de trail ook gebruikt wordt door mules. Gevolg: veel stof, veel vliegen en een penetrante geur van urine maken het wandelen in deze hitte een marteling. Eenmaal aan Sepia tunnel wordt het pad smaller en zigzaggend dalen we af. Wanneer we 2h30 later toekomen in Roaring Springs heb ik mijn grootste overwinning behaald: ik heb de afdaling volledig gedaan en alhoewel ik mij af en toe wat moed heb moeten inspreken – zeker wanneer ik de steile 500 meter diepe afgrond op amper een maar centimeter van mij zag – ben ik er geraakt. Volgens de trailbeschrijving doe je dubbel de tijd om terug te stijgen. Maar Nico lacht en zegt: jij daalt even traag als je stijgt. En hij heeft gelijk want zelfs in een hitte van 37 graden staan we klop 2h30 later weer boven aan de trailhead. Het bewijs dat ik beter stijg dan daal.
's Avonds kraken we een fles champagne bij een fantastisch kampvuur. De Grand canyon afdalen is fenomenaal: de kleuren, de gigantische kloof die je boven je uit ziet is om nooit meer te vergeten.
De volgende dag rijden we naar Lake Powell (Glen Canyon) en stoppen we aan Marble Canyon en Horseshoe bend in de hoop condors te zien. Maar we hebben geen geluk.
Page is vooral gekend voor de antelope canyon. Dit is een slot canyon (bijzonder smalle canyon) waar de kleuren je gewoonweg betoveren. Je kunt er enkel in met een Navajo gids (want dit is Navajo nation). Fotografen van over gans de wereld brengen hier uren door op zoek dat de ultieme foto. Maar zelfs met een simpel fototoestelletje maak je gigantisch mooie foto's. Elke kronkel biedt een “awesome view” en je krijgt er niet genoeg van. Je blijft jezelf afvragen hoe de natuur zoiets afgerond, vloeiend, kleurrijk kan maken. Om de 5 maanden zijn er nog steeds flash floodings en net deze vloedgolven heb dit natuurschoon gecreëerd. In '97 zijn 11 toeristen omgekomen in zo'n plotse vloedgolf. Het water stijgt in enkele minuten tot 6 meter en omdat de Navajo dan geen tours kunnen organiseren komt iedereen met een emmer om het water uit te scheppen – het duurt 2 dagen vooraleer alle water weg is en de toeristen terug met hun fototoestel dit natuurwonder proberen vast te leggen. Ik denk aan mijn papa en hoeveel filmpjes hij hier zou opgetrokken hebben: veel! Wij hebben 100 foto's getrokken en ik denk dat dit weinig is.
We rijden verder naar Navajo National Monument. In de canyon hebben de anastaci-indianen in de 13 eeuw een gans dorp in een grot gebouwd. Je kunt ook nu dit dorp alleen bezoeken met een gids.

Donderdag 17 juni






Doordat we maar 90 dagen in de Verenigde Staten mogen blijven, zijn we verplicht om een paar dagen in Auckland te blijven. Behalve een goedkoop hotelletje, lekkere restaurantjes en veel regen heeft Auckland niet veel te bieden. Het enige hoogtepunt was het Museum van Auckland die op een boeiende manier verteld over de geschiedenis van Nieuw Zeeland, maar na Te papa is ook dit museum een mager beestje.
De vlucht naar LA verkiep ongelooflijk vlot, alhoewel het 12u vliegen was, was het vlug over. We zijn al een paar keer in LA geweest en het is ongelooflijk hoe vlug je zelfs in zo'n grootstad terug je weg vindt. We hebben al een paar keer in All Adventurers Suites verbleven. Voor 50 dollar heb je een twee kamer suites, ontbijt, champagne, snacks, koffie, verse koekjes, internet en een beveiligde parking. Perfect voor onze eerste nacht. Daarna met de huurauto naar Santa Barbara. Ook hier zijn we al geweest maar Nico herinnert er zich niets van. Hoe kun je nu de Spaanse huizen met rode dakjes vergeten, we zijn zelfs naar een museum geweest en mexicaans gegeten. Dus hoop ik dat we al wandelend door Santa Barbara Nico alles terug zal herinneren. Ik toon hem zelfs de winkels waar we binnen geweest zijn, maar het mag niet baten, hij herinnert nog steeds niet van Santa Barbara.
Onze eerste stop is Morro Bay, toevallig uitgekozen en het is ons goed bevallen. Er is een gratis festival en de sfeer was best leuk. Een lokale drummersschooltje toont hun kunnen door op emmers en tonnen te slaan en een beetje later geeft een bluesgroep het best van zichzelf, terwijl mensen staan de dansen. 's Avonds gaan we naar een lokaal eetkraam “Taco Temple” en als we daar toekomen staan mensen buiten in lijn te wachten om te kunnen eten. Wij dus ook aanschuiven. Nico bestelt een zalm tortilla. Ik weet niet hoe hij het opgekregen heeft maar het was een reuzenportie: 3 stukken zalm en hopen verse groentjes en rijst. Mijn dubbele taco was iets meer normale portie.
Van Morro Bay rijden we naar montery. Onderweg stoppen we bij de zeeolifanten – wat zijn die beesten huge! De eekhoorntjes zijn hier zo gewoon aan toeristen dat je ze bijna overeind rijdt omdat ze gewoon blijven ziiten. In Los Padres forest maken we een kleine steile wandeling – de view gewoon schitterend. In Monterey doe ik de was en eten we de meest wansmakelijke burgers van Wendy.
In San Francisco worden we opgewacht door Alan (Pam zit in Griekenland voor een schilderscursus) en meteen trakteert hij ons op de beste mexicaan in San Francisco en maken we een sightseeings ritje. (nadat de huurwagenfirma ons probeerde te bedotten – gelukkig kijk ik steeds mijn kasticket na)
We vertrekken de volgende dag met de camper. Na een uurtje stellen we vast dat de batterij niet oplaadt. Ons gps is wat out of date en alle firma's die we intikken blijken gewoon niet meer te bestaan. Dan maar de old-fashioned way: uitstappen en vragen aan een local. Een groot RV centrum vindt vlug het probleem: slechte connectie met electrisch circuit – nieuwe fitting erin alles loopt weer gesmeerd. We rijden naar een meer en meteen zitten we in het westen: grote canyons omringen onze camper. 's Nachts kan ik bijna niet slapen van de oorpijn waardoor ik 's morgens naar het ziekenhuis ga. Terwijl ik 2h wacht, neemt de pijn alleen maar toe. De dokter wil persé nog wat toeristische info geven, hij print zelfs een plannetje afdrukken en roept mij in dokters heiligdom om te kijken naar foto's, alleen heb ik zoveel pijn dat alles maar half tot mij doordringt. Zelfs de 375 dollar stoort mij niet omdat ht enige wat ik wil is een pijnstiller. Nu weet ik dat je kunt janken van de pijn. Enfin pijnstillers kunnen gelukkig hier soelaas brengen.
We besluiten om dat speciaal plaatsje van de dokter toch op te zoeken. Het is een riviertje die door een grot stroomt en waar je onderdoor kunt zwemmen, met boven je druiprotsen, stalagtieten. Een bijzondere ervaring volgens Nico. Daarna rijden we naar Yosemite, de beklimming brengt weer onwaarschijnlijke pijn in mijn oren! We vinden ons campingplaatsje (alle campingplaatsen zijn voor maanden uitverkocht, gelukkig hebben we op 3 verschillende campings in het NP een plaatsje op de kop kunnen tikken).
Vanaf je Yosemite binnenrijdt overvalt je de mooie natuur, de schitterende vergezichten. Blijkbaar is er deze winter extreem veel sneeuw gevallen. De eerste warme dagen zijn voorbij en dit heeft Yosemitez omgetoverd in een natuurpark vol grootse indrukwekkende watervallen. Overal zie je en steeds weer maken ze indruk op je. We rijden naar ons kampeerplaatsje en lezen de instructies over bear safe food storage. Wij mogen het eten in de camper laten zitten, zoland het in kasten of in de frigo zit. Maar we mogen niets op tafel laten staan. Beren ruiken niet alleen zeer goed, ze herkennen in een wagen frigoboxen, zelfs eten in blikjes of toiletgerief die ruikt ontsnapt niet aan hen. Foto's tonen hoe beren de ruiten uit auto met hun klauwen openbreken en de auto compleet vernielen op zoek naar eten.
Nico beklimt de spectaculaire halve dome de volgende dag, terwijl ik op mijn tempo met veel pijnstillers wandel naar Vernall Falls. Er is gigantisch veel volk in het park. De trail lijkt eerder op een autostrade van volk. Zelfs op de lange steile wandeling zijn er volgens Nico te veel wandelaars waardoor je jezelf al zigzaggend door het volk moet bewegen. Men noemt deze track niet zonder reden: Misty track. Je wandelt langs de waterval en deze komt met zo'n kracht naar beneden dat het water meters ver opspuit, en waardoor gans het wandelpad volledig in de mist van de waterval kronkelt. Gevolg: kletsnat wanneer je boven bent.
Op onze avondwandeling naar Mirrow Lake horen plots een geluid, we draaien ons om en zien een beer uit het struikgewas komen en hij rolt zich in het water waar hij even blijft liggen. We staan op zo'n 15 meter van de beer. Daarna schudt hij zijn pels uit en wandelt weer de bush in. Dit is onze eerste wilde beer!
's Nachts heb ik bijzonder veel pijn en plots hoor ik niet meer, dus de volgende dag naar het ziekenhuis in Yosemite Village. Daar stellen ze vast dat mijn ontsteking inderdaad zeer ernstig is maar dat ik eerst mijn antobiotica moet uitnemen en het best naar lagere hoogte verhuis zodat de pijn misschien minder erg wordt.
Nico beklimt nog de Upper yosemite falls terwijl ik in bed blijf liggen. Via de grote sequoia's in Mariposa Grove (bomen de grootte van 19 verdiepingen hoog flatgebouw) rijden we naart Fresno in de vallei. We zouden normaal gezien de Tiago pas in Yosemite en Kings Canyon doen, maar gezien deze allemaal op 8000 ft liggen besluiten we om in de vallei te blijven.
Via Fresno rijden we naar Calico, een spookstadje in de woestijn. Er ligt een mooie campground juist ernaast en het is gewoon schitterend om middenin de woenstijn te staan – het blijft verwonderlijk hoe mooi een woestijn eigelijk is.
Gezien ik nog steeds bijna niets hoor, rijden we de volgende dag naar Las Vegas (we zijn al 2 keer in Las Vegas geweest en geloof mij dat is genoeg – maar gezien er hier een groot ziekenhuis is – stoppen we hier). De enige RV-campground in het centrum ligt achter Circus Circus Casino. De prijs voor deze parking (want meer is het niet) is volgens ons buiten proportie. De douches werken niet treffelijk en wanneer we de verzekering via skype willen opbellen blijkt dat de wifi maar half werkt. In het ziekenhuis moet ik eerst langs 4 verschillende verplegers gaan, die elk iets anders inventariseren. Het is werkelijk te gek voor woorden. Iedere keer moet ik wachten tot zijn mijn naam afroepen maar gezien ik bijna niet hoor en geen amerikaan mijn naam treffelijk kan uitspreken is het een heel avontuur om iedere keer de juiste verpleger te hebben. Uiteindelijk mag ik ER binnen, maar ik moet nog eerst 1500 dollar borg betalen, na wat praten is blijkbaar ook 1000 dollar voldoende. Na nog een eer wachten komt een 75-jarige bijziende dokter mij halen. Hij houdt het medisch dossier op 2cm van zijn ogen – en ik denk in paniek oei moet hij in mijn oren kijken hoe zal hij iets zien. Maar hij ziet toch wel genoeg want hij ziet de zwelling in mijn oor – ik krijg andere antibiotica en een afspraak bij de specialist.
's Avonds wandelen we nog een langs de strip maar vonden weinig inspiratie in de kitsch en glitter.
De volgende dag rijden we naar Valley of Fire State Park, een klein park op 60 mijl van Las Vegas. Het is bijzonder mooi. Plots zie je overal knalrode bergjes – alsof de natuur in brand staat. De camping is ingebed in deze rode vuurzee van rotsen. Prachtig om hier te staan. Het is bijzonder warm want de temperatuur in de schaduw is 38gr. Toch beslissen we om een paar wandelingen te doen en ze zijn meer dan de moeite waard. Op verschillende rotsen zijn petrogliefen aangemaakt. Blijkbaar was er hier ooit miljoenen jaren geleden de zee, vandaar de mooie vormen van de rotsen.
De volgende dag rijden we terug naar Las Vegas. In het ziekenhuis blijkt dat de ER-dokter mij het verkeerde adres gegeven heeft en dat Dr O-Lee aan de gans andere kant van de stad zit. Nog net op tijd geraken we er. Weer moet 15blz informatie invullen. De dokter stelt vast dat heel veel vochtafscheiding in mijn middenoor zit en dat deze eruit kan door steroiden te nemen. Eindelijk word ik een manwijf! Volgens hem zal ik honger hebben en “moody” zijn – allez dat beloofd. Hij leert ook hoe ik mijn neus moet wassen door een zoutwateroplossing door mijn neus spuiten. Een mens leert steeds weer bij, nietwaar.
's Middags kunnen we weer verder rijden, terug dezelfde 60 mijl die we deze morgen gereden en dan verder richting Utah, waar we overnachten in Sand Hollow State park. De wind blaast fiers, waardoor zelfs onze 4 ton camper weg en weer wiegt.
En nu zijn in Piper Springs National Monument, een mormoons fort uit de 19e eeuw waar de pioniers een frote boerderij hadden. Een begeleide toer heeft ons veel geleerd en het was bijzonder boeiend om alles te horen.
Et voila we zijn op weg naar de North Rim van de Grand canyon maar daar later meer over!

Zondag 30 mei




Na de whitsundays rijden we eerst naar een klein kampeerplaatsje aan zee voor wat rust en ontspanning. Nico en mijn mama maken een strandwandeling en vinden grote mooie schelpen en kleine schelpjes waar telkens een blad op staat – het lijkt fossielachtig maar gezien alle schelpjes het hebben zal het zeker geen fossiel zijn maar het is wel mooi. 's Avond koken we op de BBQ en een local komt een praatje maken. We leren dat alhoewel er nog steeds een bord staat dat we 18$ moeten betalen, de council al in 5 maanden geen geld meer komt ophalen. Dus hier staan op een rustig moii kampeerplaatsje en het blijkt dan nog gratis te zijn ook. We rijden door tot in Calliope waar we het lokale bokrijk van Australia bezoeken. De oude terminal de luchthaven is hilarisch, vooral omdat de geschiedenis hier 30, 40, 50 jaar oud is. In het oude schooltje vinden we regels waaraan leerkrachten moeten voldoen gewoon het einde. Mannelijke ongetrouwde leerkrachten mogen ofwel 1 avond per week op versiertoer of 2 avonden per week naar de kerk. Ja de keuze is snel gemaakt hé. De laatste regel was echt de beste. Mannelijke leerkrachten die naar het zwembad of naar de barbier gaan om zich te laten scheren maken een grove beroepsfout en is dus reden tot ontslag met onmiddellijke ingang. Ik heb er al mijn hoofd over gebroken waarom het zich laten scheren bij een barbier gezien wordt als onzedelijk gedrag, tenzij alle barbier blonde meisjes zijn met grote joekels natuurlijk ...
Wanneer we wegrijden uit Calliope regent het pijpenstelen. Vanuit Calliope rijden we naar Tin Can Bay om er hopenlijk de dolfijn weer te zien. Maar na 2 uur wachten blijkt dat er vandaag helemaal geen dolfijnen komen. Volgens de insiders zeer ongewoon maar soms gebeurt het. Ik hoop alleen dat Mystique niet voor 3e keer door een haai is aangevallen ... dus ja zonder dolfijnen rijden we door naar Rainbow Beach. Hoge duinen omringen de baai en de de duinen zijn allemaal in verschillende kleurlagen waardoor het een beetje weg heeft van een regenboog. Nico ziet een berg (hoge duin) en wil deze natuurlijk .... beklimmen. En ja ik volg hem natuurlijk iets laten. Maar wat steil en hoog is deze duin. Dune du Pilat in Frankrijk verdwijnt in het niets. Boven op de duin is het uitzicht bijzonder mooi en daarna volgt een heerlijke afdaling door het zachte zand. 's Avonds gaan Nico en ik kijken naar “State of Origin” de belangrijkste rugby union of league (ben alweer vergeten wat het was) wedstrijd in Queenslannd en NSW. Alle spelers die van oorsprong queenslander zijn spelen voor queensland en verdedigen de eer van queensland. Ook nu zit iedereen door elkaar (supporters van NSW en supporters van Queensland) hun ploeg aan te moedigen. Er wordt geroepen, gejuichd. Het is een bikkelharde sport (volgens mij de hardste van de wereld) waarin het de grootste kunst is om te rammen tegen elkaar ze noemen het een tackle maar het is gewoon rammen). Na 5 tackles moeten ze sjotten op de bal en deze tussen de twee palen krijgen. Enfin we hebben hard gesupporterd voor de maroons (queenslanders) en ze hebben gewonnen.
De volgende dag rijden we met een 4WD truck naar Fraser Island. We zijn nog maar net het strand op aan het rijden en honderden blikjes liggen op het strand. De gids begrijpt niet hoe ze er komen tez liggen maar na 1 minuut is het duidelijk – een beetje verder in de zee ligt een jeep te dobberen en verder op het strand staat iemand met heel wat bagage. Ja vastgereden en met het tij die opkwam is de wagen volledig door de zee ingenomen. Het waren dus de blikjes bier van deze toerist die de vernieling zijn ingegaan enhet waren veeeeeeel blikjes bier. Misschien niet te verwonderen dat hij zich heeft vastgereden. Maar zo gebeuren er dagelijks ongevallen op Fraser. De inlandroute is volgens de gids de manier om je wagen om zeep te helpen, zolang je op het strand kunt rijden is het fijn maar het binnenland is vragen om problemen. En dat merken we wanneer we naar Central station en Mac Kenzie Lakes. Nu weten we waarom je ook als passagier driepunt gordel moet dragen. We vliegen van links naar rechts, op en neer en ondertussen blijft de gids rijden en uitleg geven. OK hij doet het elke dag maar toch dit is waanzin. Nico is gelukkig dat hij dit niet met de camper van paul en Irene heeft gedaan. Oef dat was een goede beslissing. Lake Mac Kenzie is een azuurblauw meer die alleen maar regenwater krijgt en dus geen enkele andere bron heeft van water. Men denkt erover om toeristen te verbieden om te zwemmen in dit meer omdat telkens ze uit het water komen nemen ze 250ml water met zich mee. Maar wij hebben dus kunnen zwemmen in dit prachtig meer met bijzonder zacht water. Het water uit dit meer sijpelt in de grond en 100 jaar later stroomt het via één van de vele creeks terug de zee in. Fascinerend hé. 's middags rijden we naar de Pinnacles (zandgekleurde duinen), een gestrande boot met een heel verhaal maar die nu het meest gefotografeerde stuk oud ijzer van de wereld is en we eindigen bij Eli Creek waar de wadend door het water een stukje het regenwoud intrekken. We zien op de terugweg op het strand een paar dingo's – ook dat blijven fascinerende beestjes.
Waanneer we de volgende dag vertrekken richting Maroochydore, zien we langs de weg een wild paard doodliggen, aangereden door een auto. Het wordt grijzer en grijzer en begint te regenen. Het blijft regenen tot we in Noosa Heads toekomen. Tijd voor een korte strandwandeling en een restaurantbezoekje. Ik krijg de verkeerde burger en prompt rekent men het aan de halve prijs. En het was een echt lekkere diegene die ze mij verkeerd gegeven hebben, dus dubbel plezier. Van Noosa rijden naar Maroochy waar we alledrie onze bagage maken. De volgende dag huurauto oppikken en weg zijn we naar Brisbane. Ik heb een barstende hoofdpijn en kruip in mijn bed terwijl Nico en mama Brisbane vertrekken. 'S avonds ben ik terug ok en gaan we eten bij een heerlijke spotgoedkope vietnamees. Onze laatste avond zit erop. America here we come!

Zondag 23 mei







Tijd om mijn mama op te pikken in Cairns. De zon schijnt fel en de eerste dag blijven we rustig op een camping om wat te bekomen. De volgende dag schijnt de zon nog uitbundiger wanneer we naar verschillende watervallen gaan kijken. We stoppen aan Murray Falls NP om te overnachten omdat we weten dat we hier een kampvuurtje kunnen maken. Slechts drie kampeerders in een eindeloos groot NP. 's Morgens kijkt Nico als zot wanneer blijkt dat zijn sandalen verdwenen zijn. We kijken onder, in, boven de camper maar geen teva's meer de te vinden. We kunnen bijna niet geloven dat iemand ze gepiekt heeft. Wanneer de ranger langskomt vertellen we dit grappig verhaal, maar ook hij kan bijna niet geloven dat iemand gewoon schoenen komt pikken. Wanneer we even later met een andere kampeerder praten, legt hij ons uit dat misschien een vos wel de schoenen gepikt heeft, zeker wanneer ze zeer smelly zijn vinden ze het heerlijk om hier op te knabbelen. Et voila als iemand in Australia een vos ziet rondlopen met twee teva sandalen maat 45 -het zijn Nico's schoenen. Gezien Nico maar twee paar schoenen heeft, kan hij niet anders dan met zijn bergbottines te rijden en te stappen. In Townsville vinden we gelukkig een paar teenslippers – Alhoewel hij plechtig belooft had om nooit of te nimmer teenslippers aan te doen omdat zijn grote teen ervan zou scheuren, loopt hij dus rond met teenslippers. Dank u mijnheer de vos!
Na Townsville lopen we nog maar een Bruce en Jenni tegen het lijf (en het regent niet!) en nemen we nu echt wel afscheid van hen.
Daarna gaan we naar Billabong Sanctuary, een plaatselijke zoo waar je wel heel dicht bij de lokale beestjes kunt komen. De kangeroos komen eten uit je handen, je koala's maj je knuffelen en zelfs in je armen houden. De krokodillen worden gevoederd maar na Australia zoo verbleekt elke zoo toch wel een beetje. Maar het was wel leuk om kangeroos uit je hand te laten eten.
Via Bowen komen we in Airlie Beach, klaar voor onze zeiltocht langs de Whitsundays (je weet wel het eiland waar je “de beste job van de wereld” kon krijgen. (ondertussen gehoord dat de kerel die de job gehad heeft, gestoken is geweest door een stinger maar het heeft overleefd)
We varen met een wedstrijd zeilboot (heeft 3 keer Sydney-Hobart tocht gedaan en vierde geworden), dwz 12 passagiers en 2 bemanningsleden. De Iceberg hangt helemaal overstag wanneer de wind in de zeilen komt, best een ervaring wanneer je geen zeiler bent. Het is fascinerend om de kapitein bezig te zien hoe hij de boot bestuurt en de zeilen constant moet bijsturen. Doordat het een wedstrijdboot is, staat de kapitein gewoon achteraan het schip en moeten passagiers samen met de andere bemanning (slechts 1) de zeilen opspannen, wegsteken. We moeten leren waar moeten zitten wanneer de boot helemaal schuin gaat liggen door te wind. Best spectaculair.
Hij moet zijn route ook constant aanpassen op basis van de wind, helemaal iets anders dan uren zit.ten op een boot waar je constant het gedram hoort van de motor en de geur van petrol in je neus zit. We stoppen verschillende keren om te snorkelen. Ze hebben hier een maand geleden een grote cycloon gehad en het water is sindsdien troebel. De zichtbaarheid is beparkt, wat een groot verschil met de vorige keer en Lady Mushgrave. Toch blijven we verwonderd kijken naar het koraal en de kleuren. 's Avonds wiegt de boot constant heen en weer maar dat is gewoon heerlijk.
De volgende dag varen we tot aan Hill Inlet waar we je vanop een uitkijktoren de prachtige stranden ziet. De witte zandbanken die zich doorheen de blauwe zee een weg banen. Je hoort steeds weer wanneer de volgende persoon op het uitkijkpunt komt zeggen: “het is zoals op een postkaartje”. Daarna varen we naar Whitehaven Beach een strand die gekend is door zijn wit zand. Maar net dan komen de donkere grijze wolken opzetten en verliest het witte strand veel van zijn charmes. Nog een laatste keer snorkelen en terug zeilen naar Airlie Beach. Grappig hoe de kapitein commentaar geeft op de andere zeilboten: “kijk hoe zijn main sail aan het wapperen is” of “Oh die vaart nog met zijn motor aan”
Na twee dagen zitten op een harde bank doet onze kont een beetje pijn, maar dat hebben we er graag voor over om al dit prachtigs te zien.
Nog een weekje Australia en we nemen dan voor een lange tijd afscheid van ons geliefd Australia.

Zaterdag 15 mei






Zaterdag 15 mei
Ondertussen reizen we tijdelijk weer met 3, zijn we al weer ver weg van Cairns, hebben we een zeiltocht ondernomen en ben ik bekomen van meer dan 100 zandvliegen.
De regen bleef maar aanhouden dus zijn we terug naar het Noorden getrokken richting Townsville en wonder boven wonder de zon schijnt. Dus laten we de zonnebatterijen opladen (letterlijk en figuurlijk). 4S avonds kruip ik in mijn bed en sta ik vol met rode puntjes, ik denk dat ik een allergie heb. Het juikt niet dus maak ik mij geen zorgen. Tot ik midden in de nacht gigantische jeuk krijg en bijna zot kom. 's Morgens zie ik dat ik vol sta met beten: jawel de zandvliegen hebben zich tegoed gedaan aan mij. Nico heeft geen enkele beet. Ik begin ze te tellen en stop wanneer ik aan 100 kom. We rijden een paar kilometer met onze fiets naar een lokaal winkeltje en de baas vertelt mij dat ik absoluut niet mag krabben want dat het anders een “tropical ulcer” zal worden – de gedachte alleen al. Hij geeft mij een spray maar niets houdt de jeuk tegen. Hij raadt ons aan om naar een andere camping te gaan waar er geen sandflies zitten want gegarandeerd zullen ze zich vannacht weer volvreten met mijn bloed. De sandflies zijn zo klein dat je ze niet ziet en je voelt niet dat ze bijten het jeuken start pas een paar uur later en blijkbaar reageren bepaalde mensen bijzonder allergisch op de beten en hoe zou het nu komen dat dit bij mij net zo is. Na een paar uur zijn de beten gigantische bulten en jeuken!!! Gelukkig is op de andere camperplaats een creek waar je kunt zwemmen: het ijskoude water werkt als een balsam op mijn huid. 's nachts besluit ik om veel wijn te drinken en een pijnstiller te nemen in de hoop dat ik dermate groggy wordt dat ik in een diepe roes val en de jeuk niet meer zal voelen. Ze noemen dit medisch verantwoord drinken. Ik plak zelfs mijn vinders af zodat ik de beter niet kan openkrabben. En zo duurt het een week. Ondertussen weet ik wat wel en niet helpt en op één staat een icepack.
We zijn ondertussen 20 dagen verder en de beten jeuken niet meer maar nog steeds grote rode plekken sieren mijn benen en armen.
Met de heerlijke zon besluiten we om naar een paar watervallen te gaan, wetende dat het ijskoude water goed is voor mijn beten. De waterholes zijn fantastisch. We rijden met de fiets naar little bright angel creek – slechts 15 km maar wel met een klim van 7km. Nico sterft een paar keer op de klim: het is warm en de hitte die uit de asfalt op zijn gezicht straalt put hem uit. Maar de beloning wanneer we boven komen is duizend keer meer waard. De ene waterval na de andere waar je telkens in de waterhole eronder kunt zwemmen. Niet veel volk want aussies houden niet van dit ijskoud weer maar wij binden het heerlijk en zeker na zo'n beklimming. Bij de campground is er nog een andere waterhole: rockslides. Nu weten we waarom ze dit zo noemen. Het is zijn eigenlijk grote water glijbanen maar in een natuurlijke omgeving.
Nu het weer beter is rijden we via de Babinda boulders naar Cairns. Maar hoe meer we Cairns naderen hoe meer de zwarte wolken weer de lucht kleuren. We rijden dan maar weer verder. In Palm Cove staan we op een lokale camping knal aan zee. Maar de camping is uitermate verwaarloosd. Op 19 mei riden ze er met een bulldozer in om het up te graden- dit verklaart alles. We wandelen langs het strand en ik drink er mijn top 1 cappucino in Australia. En geloof mij ik heb hier in Australia heeeeeel veel cappucino's gedronken. De volgende dag rijden we naar Cape Tribulation, volgens de Lonely planet een must see. Je kunt er enkel met een ferry geraken en op gans het schiereiland is er geen electriciteit. Het regenwoud komt er tot aan het strand en er leven behoorlijk wat cassowaries (grote vogels zoals emu maar zwart met een felblauwe kop en rode kwabben). We fietsen naar een stadje en plots wandelt voor ons een cassowary: indrukwekkend. De typische eindeloze stranden verliezen veel van hun charme omdat je er niet kunt zwemmen (crocs en stingers) ook wandelen is door de lange wet season niet mogelijk. Dus fietsen we het schiereiland af.
We rijden via Atherton Tablelands terug naar Cairns. We bezoeken nog wat watervallen en een grote fig tree die zodanig veel wortels heeft dat het op een gordijn valt. Historisch zijn de tablelands de moeite waard omdat hier tijdens de tweede wereldoorlog heel wat lergereenheden gestationeerd warenn maar veel van de periode blijft niet meer over, behalve de typische australische “historical marker”