Zaterdag 27 februari







Een ander voordeel van onze internetverbinding is dat we het weer kunnen opvolgen en dus kijken we steeds wanneer er goed weer op komst is om tracks en nationale parken te bezoeken. Na Mount Cook wisten we dat er terug een koudefront met regen over het Zuider-eiland zou passeren maar dat na 2 dagen van wisselvallig weer het zeker 5 dagen zon en warm zou zijn. Op het Zuider-eiland willen we nog het wereldbefaamde Abel Tasman National Park doen. Dus route uitgestippeld om daar te zijn net op het moment dat de zon schijnt.
En het is gelukt. Abel Tasman is gekend voor zijn gouden strandjes, idyllische baaitjes, regenwouden, eilandjes met honderden seals. Je kunt het park bezoeken als dagjestoerist door een wandeling te doen en dan een watertaxi terug te nemen. Je kunt ook de volledige track van 70 km afwandelen in 3 a 4 dagen. Je neemt je bagage mee en slaapt onderweg in eenvoudige campings. Dit is veruit de populairste manier om het park te verkennen en eigelijk ook het goedkoopste. Je betaalt per persoon 12$ per nacht om te overnachten in je tentje en op het einde van de wandeling neem je de watertaxi terug. Wij kiezen terug voor de veel duurdere manier om het park te verkennen: twee dagen zeekayakken en één dag wandelen. De eerste dag gaan we met een gids op pad, het is tenslotte op volle zee peddelen en zoveel ervaring hebben we niet. Het blijkt een goede keuze te zijn. De gids geeft ons onwaarschijnlijk veel en goed uitleg. We leren zelfs hoe we in volle zee een reddingsactie moeten opzetten. De Tasmaanse baai is af en toe behoorlijk wild en is dus gevaarlijk. Maar wij hebben twee dagen vlakke zee en dus genieten we er met volle teugen van. We varen baaitje in en uit, varen naar de eilandjes waar we moederseals en hun kleintjes zien. De kleintjes spelen in waterpoeltjes, de moeder daagt hen uit om in de zee te zwemmen, we zien hoe de seals zichzelf een ochtenbad geven. Kortom het kayakken loont meer dan de moeite. De eerste twee dagen zit alle bagage opgeborgen in onze kayak (al moest de gids twee keer kijken hoe weinig we mee hadden – ja kampioen in het klein pakken hé – hij heeft wel twee keer gevraagd: tent mee? Slaapzakken? Slaapmatjes? Kledij? Eten voor 3 dagen? Water? Hij overtuigt ons om nog een fles wijn mee te nemen). Tijdens de derde dag moeten we een getijderivier over en we kunnen hier enkel over wanneer het laagtij is. Gezien het om 9h laagtij is, moeten we de tweede dag na 15km kayakken ook 6 km stappen zodat we op tijd de rivier over kunnen. De campings van het nationaal park staan stampvol met tentjes, honderden mensen leggen deze track af, iedereen met zware rugzakken (behalve wij dus ;-) Het was bijzonder leuk om de track niet alleen al met de kayak of alleen al wandelend te doen, de combinatie was absoluut de moeite waard.
Oh ja het nieuwe fototoestel die ik van Rod gekregen heb, heeft het tijdens de 3daagse uitstap begeven. Het stelt niet meer scherp en dus hebben we bijna geen foto's.
Terug in Nelson stappen we een winkel binnen ons aangeraden door enkele kiwi's. Er staat een toestelletje waar we mee onderwater kunnen fotograferen in promotie. Lijkt ons de moeite om in Great Barrier reef wat onderwaterfoto's te nemen. Enfin hopelijk gaat dit toestelletje wat langer mee.
Ondertussen hebben we ferry terug naar het Noorder-eiland genomen. De zon is voorlopig nog niet met ons mee verhuisd ...
We kamperen meer en meer vrij of zoals ze in NZ zeggen “freedom camping”. In principe mogen alleen voertuigen die een eigen WC en afvaltank (zoals wij) hebben vrij kamperen. Men heeft nu een certificaat ingevoerd waardoor in theorie alleen voertuigen met dit certificaat mogen vrij kamperen (wij hebben dit certificaat ook niet) omdat men vooral de kleine campervans (camionette) beu zijn. En er rijden er hier heel wat rond. In de krant was onlangs het hoofdartikel “Call for national ban on campervans” waarbij men oproept om nationaal een verbod op de kleine campervans uit te vaardigen. Als reden geeft men: ecologisch onverantwoord want deze camionetten zorgen voor vervuiling en parkeren zich overal – ook al mogen ze niet vrij kamperen. Ik vraag mij af of ecologie werkelijk het probleem is en vraag mij af waarom men zich zo ergert aan deze kleine campervans. Is het omdat vooral jongeren met deze camionetten rijden? Is het omdat ze er vaak heel slordig en uitgeleefd uitzien? Zijn het de schuifdeuren die constant een hatelijk lawaai maken als je ze open en dicht slaat? Is het omdat jongeren minder geld uitgeven? Meestal wonen er geen mensen in de buurt, ook grote campers laten soms vuilnis achter ... dus wat zorgt ervoor dat locals zich zo mateloos ergeren aan deze kleine campervans en de grote kampeerwagens met open armen ontvangen? Nergens hebben we zoveel kleine campervans zien rondrijden dan hier in NZ – het is een klein land dus heel geconcentreerd. Reizen met een camper is booming business geworden. Waar vroeger alleen de gegoede middenklasse een motorhome kon huren of kopen is dit nu met de goedkope kleine camionetten ook voor heel wat jongeren de manier geworden om rond te reizen waardoor de kleine goedkope campervans op een korte tijd een immense groei heeft gekend dat ze hun “freedom camping” niet meer onder controle hebben.
En toch is NZ het meest campervriendelijke land ter wereld. Elke stad heeft zijn publieke dump station (wat kan Australia en Europa hier veel van leren). Elke informatiedienst kan je onmiddellijk zeggen waar je vrij kan kamperen en department of conservation heeft honderden campings in nationale parken waar je voor een peulschil kan kamperen.

Vandaag hebben een wandeling van 20 km langs het strand gemaakt op zoek naar een gannet kolonie. Gannet is een grote vogel die hier nest, en blijkbaar is dit nogal uitzonderlijk. Wanneer de jongen 4 maanden zijn vliegen ze uit en meteen vliegen 2700km naar Australia. Ze komen één keer terug naar exact dezelde plaats in NZ om te broeden. Het was indrukwekkend om alle vogels bij elkaar te zien, om de willige jongen te zien en de geur ... ja dat

Woensdag 17 februari





In Dunedin hebben we een mooi museum bezocht en hebben we heel wat geleerd over de Maori cultuur die toch helemaal anders is dan de Aboriginals cultuur. De sculpturen zijn bijzonder verfijnd., en sommige laten niet veel aan de verbeelding over. 's Middags bezoeken we nog een galerij met moderne kunst en zoals vaak met moderne kunst kun je soms alleen hoofdschuddend er naar toe kijken en soms met een smile alles aanschouwen. Een Koreaanse artiest heeft in Auckland archief allemaal oude trouwfoto's gezocht, ingekaderd en dan in een grote container in het zeewater gedropt in Auckland harbour om deze na enkele dagen terug uit het water te halen. En deze door zeewater aangetaste trouwfoto's hangen nu in deze galerij.
In onze planning zouden we gewoon de kust richting Christchurch volgen maar we hebben nog wat tijd en beslissen om nog maar eens naar het binnenland te rijden, richting mount Cook. Op het internet hebben we gezien dat je kunt zeekayakken tussen de ijsbergen, dit lijkt ons wel iets.
Onze eerste halte in Trotters Gorge, waar we een wandeling langs de Gorge doen. Het ziet er een mooi aangelegd pad uit door het regenwoud, mooie houten trapjes. Maar plots wordt het pad veel nauwer en klimt steil langs de gorge naar boven. Het gaat zo steil dat we op handen en voeten naar boven klimmen en Nico af en toe mij naar boven moet trekken. En dan komt natuurlijk de afdaling, en Jootje ziet het even niet meer zitten. Nico helpt mij al pratend van de berg af en gelukkig ben ik als we eindelijk terug het groene gras van de campground zien.
We rijden via een azuurblauw meer richting mount Cook. Het is bewolkt dus vervagen de contouren van deze mooie berg in de wolken. Maar zelfs nu is de berg nog steeds indrukwekkend. We rijden via slingerend baantje door een ongelooflijke open vlakte waar de wind blaast Mount Cook tegemoet. (waarom slingert een weg zit door een vlakte vraag ik mij?) En plots in die open vlakte kom je in het stadje Mount Cook. Aan de campground vertrekt een wandeling naar Hooker glacier. We wandelen via twee swingbridges naar Hooker lake. Het lijkt een maanlandschap, met voor ons een grijs meer met daarin grote ijsbergen die zomaar voor ons uit liggen te drijven. De wind blaast ons bijna weg. Voor ons ligt de glacier de helemaal grijs is, door de vele landslides. Terwijl we terugwandelen beslissen we om niet te zeekayakken, we hebben de ijsbergen van zo dichtbij gezien dat ertussen varen met een kayak niet echt een meerwaarde lijkt te zijn.
De volgende dag rijden we via een unsealed road naar Tasman Valley waar je zicht krijgt op Tasman glacier. Ook hier is de gletsjer zwart en is er in de laatste tientallen jaren zoveel ijs gesmolten dat er voor de glacier zich een meertje gevormd heeft waarin ook nu de ijsbergen drijven. Voor zo'n 60 euro kun je er met een klein motorisch bootje tussen varen. De 8km naar Tasman Valley is horrible, de unsealed road is zo corrugated dat ik vrees dat het glas boven de afwasbak en kookgedeelte zal breken. Maar gelukkig bereiken we de weg heelhuids.
We besluiten om nog één wandeling te doen. De wandeling baant zich een weg steil naar boven. Ik heb een St_mary peak gevoel. Het klimmen is fysiek zwaar maar best te doen. Op handen en voeten klim ik met Nico gestaag naar boven, steeds hoger en hoger en hoger .... Op een bepaald moment begint er een stemmetje in mijn hoofdje te spreken: je moet dit ook naar beneden doen hé. Ik probeer mijzelf dan moed in te spreken: nog een beetje hoger, en nog een beetje hoger. En dan kijk ik naar beneden en zie de diepte, de immense diepte onder mij. Nico geniet van het klimmen maar voor mij is het steeds het overwinnen van een angst. Na 45 minuten klimmen begint mijn hoofd te duizelen en dan is het genoeg geweest. Plots wint het stemmetje die zegt: dit is zot, waar ben je mee bezig. Het grootste probleem is dat ik terug naar beneden moet en dalen nu net mijn angst is. Nico wil naar de top om te zien wat er achter het hoekje is. Dilemma: ik durf niet meer hoger (want ik moet dan nog meer naar beneden) maar ik durf ook niet meer naar beneden. Terwijl iedereen (en het zijn er heel wat) verder naar de top klimt alsof het niets, is dit meisje totaal haar kluts kwijt en door angst verlamd. Ja ik zal mij weer al maar eens laten redden door mijn engel zeker? Al pratend en met af en toe een stevige hand, klimmen we terug naar beneden tot ik mijzelf weer onder controle heb en verder alleen naar beneden durf en Nico dus terug de klim naar boven doet. Iemand vroeg hem langs de weg: hoeveel keren doe jij dit wel op één dag? Nog geen 2 uur nadat ik beneden ben is hij al terug. Tja de bergjes zijn niet aan mij besteed en des te meer aan mijn ventje. De volgende keer laat ik hem alleen gaan en hou ik beneden de wacht. Ik heb het nu verschillende keren geprobeerd en steeds hetzelfde scenario: ik begin met goede moed maar plots vraag ik mijzelf af: waarom doe ik mijzelf dit aan? Het is vakantie? Wat wil ik bewijzen? En ik heb vlug het rekensommetje gemaakt en beslis vlug dat het voor mij genoeg avontuur is geweest en dat ik mijn leven niet beu ben.
's Avonds parkeren we ons aan de overkant van het meer. De zon schijnt en we hebben een fenomenaal zicht op Mount Cook. Heel wat andere campers komen 's avonds toe. We zien een onwaarschijnlijk mooie zonsondergang met de top van Mount Cook die volledig oranje-rood kleurt. We kunnen het niet op foto vastleggen maar de herinnering is in onze geheugen gegrift.
Gisteren stonden we aan de zee, op 80km van Christchurch. In totaal zijn al 3 auto's hier gepasseerd en een paar duizend schapen.
Vandaag hebben we eerst een garage gezocht om de camper een service te geven, na 4 garages beginnen we de hoop op te geven, maar ongelooflijk we vinden één die het in 20 min doet en ons slechts 75 euro aanrekent (9 liter olie, nieuwe filter en alles controleren) en wanneer we een halfuurtje later terug op de baan zijn blijkt dat ze ook nog eens de ramen gewassen hebben, stempel in de boek geplaatst hebben. Als dat geen service is.
Ondertussen hebben we een oplossing voor de make communicatie gevonden. We hebben een internetabonnement voor één maand genomen bij een provider die vooral in campings, motels en cafés internetverbinding biedt. Dus om de 4 dagen zoeken we een camping op en kunnen we onbeperkt op het internet en dus skypen met het thuisfront.



Donderdag 11 februari




Vandaag zijn we in het meest zuidelijke punt van Nieuw Zeeland, nog nooit zijn we dichter bij Antartica geweest als nu ;-) Het is ook de eerste dag dat het bewolkt en grijs is (maar nog steeds geen regen!)
De voorbije dagen hebben we nog andere dingen voor de eerste meegemaakt: de zelfzame Fiordland crested pinguin en de nog zeldzamere yellow eyed pinguin gezien, met de kayak tussen 2 meter lange dolfijnen gevaren, met de kayak onder een glacier waterval gevaren, een aardbeving meegemaakt (heeft slechts 30 seconden geduurd en eerlijk gezegd had de verkoopster mij 's morgens niet gevraagd “Did you feel the earthquake?” hadden we het waarschijnlijk nooit geweten en bleef ik denken dat er iemand 's nachts aan onze mobiel geschud had).
Maar beginnen bij het begin: Queenstown. Queenstown was voor mij toch een beetje een ontgoocheling. Ik denk dat het een stadje is die vooral heel in trek is bij jongeren omdat ze allerlei avontuurlijke adrenaline opwekkende (veel te dure) activiteiten. Het eerste commerciële bungi springen van een gigantische brug werd hier in Queenstown uitgevonden en sindsdien doen ze hun naam alle eer aan. Queenstown ligt aan een prachtig meer, met een kleine jachthaven en strandje. Het strandje (gezien het 30 graden was) lag vol met jongeren, terwijl een DJ dance muziek aan het spelen was. Maar ons heeft het stadje niet echt gecharmeerd. We hebben trouwens een nickname voor Nieuw Zeeland gevonden “Challenge yourself”Alles in NZ lijkt op “jezelf uitdagen”. Men zegt dat Nieuwzeelanders een beetje een calimero-complex hebben omdat ze zo'n klein landje zijn, hierdoor hebben ze steeds de behoefte om zichzelf te bewijzen en iets te doen waardoor de anderen (en dan vooral hun moederland UK en hun grote buur Australia) aandacht geven aan hun kleine landje met amper 4 miljoen inwoners .
Vanuit Queenstown zijn onmiddellijk doorgereden naar Te Anau, de vertrekbasis voor het wereldbefaamde Milford Sounds. We willen nog eens bellen naar het thuisfront en dus rijden we naar een camping met telefoon ipv te kamperen in het nationaal park. Communicatie is een beetje een merde in NZ. Telecom (vergelijkbaar met onze Belgacom) gebruikt CDMA ipv GSM netwerk. Met een buitenlandse gsm kun je dus niet op hun netwerk. Terwijl Telstra in Australia al lang overgeschakeld is 3e generatie gsm, is telecom nu nog maar aan het nadenken om dit ooit eens te doen. De andere provider is Vodaphone maar dit zijn echt schurken. Dan maar met gewone telefoonkaart maar ook dit is een ramp. De eerste kaart geeft ons 17 minuten beltijd, maar als we bellen horen wij de anderen, maar zij ons niet. Dan maar een Telecomkaart kopen, voor het zelfde bedrag kunnen we enkel 4 minuten lokaal bellen. We vervloeken nog maar eens Telecom. Enfin we zijn dus nog steeds op zoek naar een manier om contact te hebben met het thuisfront. We toeren nog enkele dagen rond in de outback van NZ (allez toch bij manier van spreken). Ik veronderstel dat de Oostkust iets makkelijker zal zijn.
De communicatie is het enige (naast de blackflies uiteraard) dat we in NZ vervloeken. Voor de rest zien we alleen prachtige natuur. Zoals nu Milford Sound, het is te begrijpen dat een half miljoen mensen dit natuurwonder jaarlijks bezoeken, de meeste met een bus en daarna een cruise. Wij kiezen om het met een zeekayak te doen. Het kost veel geld (3 keer zoveel als de standaard cruise) maar het is bijzonder indrukwekkend om met je kleine kayak te roeien tussen een berg van meer dan 1000 meter die uit de zee rijst met bijna loodrechte muren, bovendien vaar je met slechts 3 kayaks en een persoonlijke gids door de fjord en krijg je de kans om te varen tot op enkele meters van zeehondjes, zwemmen de dolfijnen onder je boot door, spelen ze op een paar meter voor je ogen alsof er niets is die hen kan deren en krijg je de kans om andere beestjes te zien die je nooit zou zien met een cruise. Terwijl we aan het roeien waren door de woelige zee ('s middags steekt steeds de wind en dus ook de golven) roept de gids ons en daar langs de kant staat een zeldzame fiordland penguin. Ze zijn amper 30 cm groot, maar doordat wij dicht bij de kant varen kunnen we deze kleine penguin met onze eigen ogen aanschouwen en doordat wij met onze kayaks geen lawaai maken blijft het beestje zitten. Ook de seals zwemmen en springen langs onze kayaks alsof we er niet zijn. De cruiseboten houden we niet echt van de kayaks dus telkens als er een groot cruiseschip afkomt moeten we dicht bij elkaar blijven zodat ze ons niet de dieperik in varen. En diep is de fjord hier: meer dan 350 meter. Je wilt er je autosleutels niet in verliezen.
Met een klein motorbootje (met de kayaks op vastgevonden) varen we naar Stirling Falls, een gletsjer waterval die 150 meter naar beneden dondert. De kayaks worden losgemaakt en in de zee gedropt en wij klimmen vanuit het motorbootje in de kayaks. We varen eerst naar de waterval en varen onder de waterval door. De wind en de koude is gigantisch en wordt forser naarmate we de waterval naderen. Het ijskoude water klets over je heen, de forse wind doet je bijna kieperen. Je moet dan volledig plat liggen op je kayak en proberen zo weinig mogelijk wind te vangen en ondertussen krachtig te peddelen. We vinden dit echt wel de max: je voelt gewoon de kracht van de natuur. Wel 4 keer varen we onder de waterval door. Ondertussen komt de mist vanuit de zee de fjord binnenkruipen. Achter ons zien we een deken van mist over de bergjes vallen. Wij varen de 15 km over een woelige zee terug naar het vissershaventje. Blijkbaar vormen Nico en ik een goed team want van de 3 kayaks varen we het meest synchroon. Vier uur later zijn we terug aan wal en hebben we de kracht van de natuur niet alleen gezien maar ook gevoeld.

Gisteren stonden we op een campground waar volgens de brochure een zeer zeldzame pinguinkolonie huist. Wij geloven er geen woord van. Maar we zijn nog maar op het strand of Nico ziet een pinguin van 50 cm in de bisjes. We kijken vol verwondering. Amper 10 minuten later komt er nog eentje waggelen uit het water. We blijven twee kijken naar de verschillende pinguins die waggelen op zoek naar hun nest en waar plots de twee maanden oude jongen uit hun nest komen luid roepend hun moeder tegemoet en hoe ze de vis uit het keelgat van hun moeder prutsen. Awesome zouden de aussies zeggen.

En nu staan we op het meest zuidelijke puntje van Nieuw Zeeland, het is grijs. Na 14 dagen blauwe hemel en zon, doet het wat raar maar ik veronderstel dat dit het typisch weer is van NZ.
In Milford valt jaarlijks 8 meter regen (in Belgie amper 0,5 meter jaarlijks), we hebben de ganse westkust gedaan zonder één drupje regen. Volgens Nieuw Zeelanders is dat een half wonder, dus gaan we niet klagen dat het weer nu wat minder is hé.

Vrijdag 5 februari






We zijn al een week aan het rondtoeren in NZ en qua views kan het al tellen. Al moet ik zeggen dat ik zeker al twintig keer tegen Nico gezegd heb dat we waarschijnlijk in Canada zijn, en telkens moet hij lachen en zegt hij “neen jootje we zijn in Nieuw Zeeland”. Het blijft mij fascineren hoe een land dat zo dicht bij Australia ligt zo weinig van zijn dichtste buur heeft. Plots ontdekken we de beestjes die we maar al te goed kennen: hé een merel, een mus. Het beestje die hier iedereen tot zijn grote ergernis het best kent zijn de “blackflies” of de dracula's van de westcoast. In de volksmond noemt men ze sandflies maar eigenlijk zijn het dus blackflies. Ze zijn minivliegjes (een beetje te vergelijken met dondervliegjes) en ze vliegen met duizenden rond je (vooral bij zonsopgang en ondergang) en ze komen dus vooral langs de westkust van het zuidereiland voor. Hun bijnaam”dracula” hebben ze omdat ze bijten. Overal zie je mensen spuiten met insect repellent al geloof ik niet dat het veel helpt. De grootste merde is dat ze zelfs door vliegenhorren kruipen omdat ze zo klein en venijnig zijn.
De westkunst is nog voor iets anders gekend: de regen. Jaarlijks valt er hier 5 tot 7 METER regen! Dat is tussen 5000 mm 7500 mm en om eventjes alles in perspectief te plaatsen aan de oostkant van het zuidereiland valt jaarlijks amper 390mm regen. Maar hebben wij nu toch geen ongelooflijke chance want reeds 7 dagen hebben wij staalblauwe hemel en temperaturen tussen de 25 en 30 graden. De kiwi's spreken hier al van een droogte (ik durf dat niet zeggen in Australia, ze lachen zich een breuk). Die staalblauwe hemel is prachtig, vooral wanneer we de glaciers bezochten. De bergen zijn gewoon fenomenaal mooi en de besneeuwde toppen blinken in de zon. Nieuw Zeeland is hét land bij uitstek wanneer je indrukwekkend natuur wilt zien en ze komen pas echt tot hun recht wanneer de zon volop schijnt. De vergezichten kun je nooit op foto vastleggen maar ik denk dat de foto's toch wel een beetje vertellen hoe mooi het hier is.
We rijden van lake naar lake (het leuke is dat de afstanden hier zo klein zijn, we rijden per dag amper 140km) en kamperen in een campground van Department of conservation. Je betaalt 6$ per persoon (3euro) via een zelfregistratie systeem. De campgrounds zijn absoluut niet zo verzorgd als in Australia (wat blinken ze daar toch echt in uit!) en terug vergelijk ik het met canada. Ze zijn klein, vaak liggen ze naast de highway waardoor ze zeer makkelijk bereikbaar zijn maar gelukkig is het verkeer niet zo druk. Het enige verkeer op highway 6 zijn campers. Je kunt echt niet geloven hoeveel huurcampers er hier rondrijden.
We hebben al enkele mooie en enkele heel lastige wandelingen gemaakt (of zoals ze het hier zeggen: tramping). De mooiste maar ook de lastigste was een 5h wandeling naar een uitkijk halfweg de Franz Josef glacier. Na meer dan twee uur klimmen op handen en voeten, waarbij het pad door lanslides verschillende keren was weggespoeld en de trappen soms een halve meter hoog, en liters zweet bereik je eindelijk een uitzicht op de gletsjer. De meesten nemen een helicoptervlucht en dat moet onwaarschijnlijk mooi zijn, maar wanneer je na twee uur zwoegen en zweten eindelijk de glacier ziet dan is het genot zo onwaarschijnlijk. Ik was echt de uitputting nabij en de laatste meters klimmen werden vergezeld met een gezucht en gekreun en dan plots sta je daar boven op een uitkijkpunt en zie je onder je (al moest ik wel klimmen op de picknicktafel) fenomenaal. De klim naar beneden was misschien nog wel lastiger: mijn knieën deden op een bepaald moment zoveel pijn en zonder Nico zijn hulp op bepaalde momenten was het huilen waarschijnlijk naderbij dan het lachen. Het heeft natuurlijk ook veel te maken met mijn angst bij het afdalen, ik verlies waarschijnlijk tonnen energie omdat ik verkrampt afdaal. Op een bepaald moment hadden ze langs een klif een houten trap aangelegd. Je daalt dus zwevend boven de klif af en ziet onder je een afgrond van een paar honderd meter. Ik heb bijna mijn lip doorgebeten alleen al om die stomme trap naar beneden te wandelen. En dat is puur psychologisch want met je verstand weet je dat je volstrekt veilig bent. Ze zijn hier trouwens zot van swingbridge (hangbruggen). Als je er alleen oploopt, stap je mee met de kadans van de brug maar als je met verschillende op zo'n brug wandelt weet je meteen waarom ze het een swingbridge noemen: de brug swingt van links naar rechts en je loopt erover alsof je een dronkaard bent en dan zie een wilde rivier onder je heen stromen en hoop je dat de brug goed geconstrueerd is wat ze natuurlijk steeds is.
De glaciers zijn zo indrukwekkend hier omdat ze bijna in de zee uitkomen. Je staat op het strand en je kijkt naar de besneeuwde toppen: surreëel.
Nico is zonet terug van een wandeling. Hij is naar de top van de heuvel achter de campground gewandeld, 1,5 km steil bergop zonder stoppen (ja dat kan hij omdat hij mij niet hoeft mee te trekken). De foto's van wat hij bovenop de berg ziet zijn gewoonweg prachtig. Nadien gaan we zwemmen in het ijskoude meer (348m diep!) en nadien wrijven we ons in met amendelolie met veel citronella (voor de blackflies en mozzies uiteraard)
Morgen rijden we naar Queenstown, waar iedereen zeer enthousiast over is. Waar we na 4 dagen eindelijk terug een grootwarenhuis zullen vinden. Best want we zitten doorheen onze voorraad.

Maandag 1 februari





Vrijdag 29 januari
We zijn ondertussen 5 dagen in NZ dus tijd om eventjes stil te staan bij onze eerste ervaringen. Op onze laatste dag in Sydney zijn we met de ferry naar Watson's bay geweest. Een ongelooflijke drukte, we begrijpen er niet veel van. Een tweede ferry wordt ingelegd want teveel volk. Terwijl de ferry aanmeert begrijpen waarom zoveel volk de ferry neemt. Een restaurant aan de aanlegsteiger bulkt van het volk. Ik weet niet hoeveel couverts dit restaurant heeft maar het zullen zeker meer dan 200 zijn. Overal tafeltjes en overal stamvol. Het blijkt het gekendste visrestaurant van sydney te zijn. Wij wandelen naar South Head – maar ik ben ontzettend moe en we nemen vlug de ferry terug. Ondertussen weet ik wat met mij aan de hand is: een beestje in mijn lijf. Reeds een week loop ik als een halve rond (hoofdpijn, buikloop, spierpijn) maar ik denk dat ik eindelijk terug de oude aan het worden ben, al heeft de dafalgan daar misschien meer mee te maken dan ik zelf durf toegeven.
Maar nu zijn we dus in NZ. Maree en haar dochter Bethany (Bee) staan ons op te wachten. Meteen valt ons de vriendelijkheid op vn beide, al is dochterlief in haar pubertijd en je weet wat dit betekent, nietwaar. We rijden via een zeer bochtige weg over de heuvel Rimutaka (het leek wat mij betreft eerder op een berg, maar ja na Australia weten we waarschijnlijk niet meer wat bergen zijn) en ondertussen vertelt Maree dat dit hun meest natte zomer in eeuwen is geweest. Alles ziet er nog groen uit en dat is niet normaal. De ganse maand december en januari heeft het geregend (en ja het ziet er echt grijs uit) en nu is de zomervakantie voorbij (Maree is een leerkracht en vandaag is haar laatste vakantiedag) en hebben ze bijna geen mooi weer gehad. Het stadje Martinborough (op 80km van Wellington en gekend voor zijn wijn) waar ze wonen is een charmant dorpje en zelf wonen ze op een boerderij. David komt ons onmiddellijk tegemoet vanuit zijn shed. Hij herstelt Daimler oldtimers en heeft er zowat 20 in zijn shed staan. De camper staat voor de deur en is zeer groot en brandnew: hij ruikt nog nieuw en heeft 6600 km op de teller staan. 's Avonds hebben we een BBQ – het is bevreemdend om binnen te zitten met een trui aan. Maar de volgende dag schijnt de zon en genieten we van een uitstapje met david en maree naar de Cape palliser lighthouse waar ook een zeehonden kolonie zit. De omgeving is ruig en indrukwekkend. We rijden naar een lokaal restaurant maar de grote electriciteitspanne doet ons verhuizen, we rijden maar eventjes 28 km verder naar Featherstone naar het volgende restaurantje dat nog net open is ... na een heerlijke pizza komen we thuis en blijkt dat een heftig onweer behoorlijk heeft huisgehouden in Martingsborough. 's Nachts moet ik plots naar toilet, het is 2u en werkelijk pikdonker. Ik zie geen steek voor mijn ogen en op handen en voeten kruip ik uit het bed en al tastend zoek ik mijn weg naar de bagage in de hoop een lichtje te vinden die mij de weg naar het toilet toont. Na veel tasten vind ik een lichtje, wat een verademing ik zie de kamer. Ik loop naar de deur en sta als een zot te kijken naar de deur want ik zie geen deurklink. Ik duw aan de deur maar ze is dicht en beweegt voor geen milimeter. Lap hoe geraak ik hier naar buiten, ik kan toch moeilijk midden in de nacht roepen zodat iemand de deur langs buiten kan openduwen. Met mijn nagels (die ik bijna niet heb) probeer ik grip te krijgen op de deur en probeer ze zo open te krijgen. Mijn blaas is ondertussen mijn heksentoeren meer dan beu en wil echt wel geleegd worden. Net op het moment dat ik denk nu zal ik wel moeten roepen en iedereen in het huis wakker makken, heb ik de deur vast en kan ze opentrekken: sluit nooit een deur in NZ is mijn eerste les!
Op woensdag beslissen we om te vertrekken, Maree is volop bezig met haar school en ook David lijkt een hele hoop werk te hebben. Hij probeert nog een fietsrek te monteren op de camper en moet een dieselvergunning kopen. Je moet hier per gereden dieselkm tax betalen. Iedere dieselwagen heeft dus een teller op de wielen zitten en je koopt dus 4000km heb je deze opgereden moet je nieuwe km kopen. Bizar en volgens zeer omslachtig systeem. Absurde is dat een wagen die 20 liter diesel per 100km verbruikt evenveel tax betaalt dan een zuinige dieselwagen die slechts 8liter/100km verbruikt.
Alles is gevuld, de zon schijnt, de ferry is geboekt en hop weg zijn we. We beginnen aan de beklimming van de Rimutaka wanneer we plots een geluid horen die niet echt goed klinkt, we stoppen en wat blijkt het nieuwe fietsrek is volledig omgebogen en de fietsen slepen over de grond. We demonteren alles, zetten de fietsen in de camper. De weg over de Rimutaka is zo smal dat draaien absoluut niet kan, er zit niets anders op dan heel de Rimutaka te beklimmen en af te dalen, te keren en weer de berg (allez volgens de locals een hill) over te gaan. David is uiteraard verrast om ons terug zien en tevens ontgoocheld dat het fietsrek zo waardeloos blijkt te zijn. Na een half uurtje zijn we weer op weg en gaan we tot Nico's grote ergernis weer via het smalle bochtige baantje de Rimutaka over, de enige weg om in Wellington te geraken. We zoeken ons weg naar de Motor inn, en gezien we geen GPS hebben rijden we uiteraard verkeerd. Nico is gestresseerd en pissig omdat hij midden in een file in Wellington city zit en niet weet waar we naar toe moeten rijden. Dus doen we wat we in pre-gps systeem deden: parkeren en aan een local de weg vragen. En ongelooflijk maar waar meteen zitten we goed en vinden we het camperpark: weg is de stress.
De volgende dag nemen we om 10h de ferry. De kade staat vol met gehuurde campers (dit is hier booming business) van Appollo, Britz, Kea. Het inchecken verloopt vlot en meteen gaan we naar deck om alles te zien. Het is grijs maar de zichten zijn mooi. Wanneer we de sounds van picton binnenvaren lijkt het alsof je de fjiords ziet, bijzonder mooi. De zon schijnt en het is lekker warm.
Terwijl we rijden heb ik steeds meer het gevoel van Canada: de vele pijnboom bossen, de blauwe meren, de indrukwekkend bergen. Maar ook het licht doet mij meer aan Canada denken dan Australia. Australia heeft een geel licht terwijl NZ net zoals Canada wit daglicht heeft. Het is ook bijzonder straf het licht. In Australia kan ik gemakkelijk zonder zonnebril rondlopen, hier niet het licht is veel te wit en fel.
Er lopen hier ook geen vreemde dieren rond en ook dit voelt zeer europees aan, veel meer dan Australia. En bovenal in de winkels vind je veel meer europese producten dan in Australia.

wet zadoensdag 27 januari






We zijn in Nieuw Zeeland. Wat een verschil met Australia, het is bijna niet te geloven dat een land zo dichtbij en net zoals Australia een zeer sterke band heeft met mother England zo van elkaar kunnen verschillen. Allereerst is er natuurlijk de temperatuur: 19 graden en dat is wennen naar 5 maanden een gemiddelde van 30 graden. De kiwis klagen want hun zomervakantie is ten einde en nog nooit is hun zomer zo nat geweest. Maar wij hebben geluk want de zon is beginnen schijnen ;-)

Toen we aankwamen in de luchthaven moesten we net zoals in Australia alle voedsel aangeven of weggooien maar deze keer ook aangeven of wandelschoenen meehadden (uiteraard we hadden ze aan dus geen discussie daarover) en onze tent. ondertussen geleerd om braaf alles aan te geven. We komen bij de controle en daar krijgen we te horen dat we onze schoenen moeten uitdoen want dat ze zullen gewassen worden en we moeten te tent uithalen om alles zand eraf te doen. Het was werkelijk hilarisch want het zand werd gewoon op de grond gegooid. Wat een verschil met Australia

De omgeving is vrij ruig met uiteraard duizend schapen. Geen bushflies, geen gevaarlijke slangen en geen dodelijke spinnen.
En de namen van de dorpje en stadjes daar beginnen we zelfs niet aan.

Gisteren met Maree en David een tochtje gedaan naar de seal colony. Een paar foto's alvast om het verschil te tonen.

Morgen nemen we de ferry naar het zuidereiland.

Zaterdag 23 januari







Wij zijn ondertussen weer twee weken verder en terug on the road. We hebben Maroochydore verlaten, nadat we een ontbijtpannenkoekenslag hebben meegemaakt. Na hun ochtend surfski training (om 6h 's morgens!) bereiden Peter en Alan om 7h30 een grote hoeveelheid pannekoeken. Alle vrienden komen toe en een megagroot pannenkoekenfestijn kan beginnen. Peter leert ons om suiker en citroen leeg te persen op een pannenkoek (heerlijk) terwijl alan ons overtuigd om het te proberen met yoghurt, perziken en honing. We nemen afscheid van iedereen en om 11u halen we ons autootje op en vertrekken we richting Brisbane, om 12 dagen te kamperen in een tentje. Om het toch een beetje comfortabel te houden hebben we een hele uitzet gekocht. (echter een nacht in een motel slapen is duurder dan onze volledige aankoop en ja we kopen nog een campingstoel – nog maar onze vijfde). De eerste halte in Brisbane, de camping ligt 4 km buiten Brisbane maar met de auto is dat niet erg natuurlijk. We willen graag de finale tussen Kim en Justine zien, de enige tickets die nog overblijven hebben een slecht zicht en kosten 100 dollar. Dus gaan we maar op een groot scherm kijken. Iedereen stroomt toe op het grote grasplein, picknickdekens worden uitgerold, hapjes worden er op gezet anderen zetten zich aan de BBQ en combineren BBQ met kijken naar de tennis. Althans dat is wat iedereen denkt. Om 19h start een UK serie (begint de tennis niet om 19h?), om 19h30 nog een serie (misschien hebben ze vertraging opgelopen?) om 20h nog een serie (ja lap ze hebben ons hier goed liggen!) Iedereen begint langzamerhand af te druipen – geen tennis. En daarom zijn wij naar Brisbane gekomen. We keren ontgoocheld terug de camping en zenden sms naar Irene. Zij zendt ons prompt eentje terug: ze zenden het pas in uitgesteld relais uit om 21h30. Het is 21h15: hop auto terug in en weer naar Brisbane. Ondertussen is het picknick veldje bijna leeg, en jawel dan start de wedstrijd: wat een spanning en een supergroot scherm bijna exclusief voor ons!
De volgende dag rijden we naar Flanagan Reserve, aan de south rim (bergketen tussen Queensland en NSW). We hebben in deze regio al een en ander gedaan (Springbrook, Lamington, the Gorge) en vonden dit een mooie regio dus terug maar nu naar een andere plaats, aan de voet van mount Barney. Een groots bos waarin we mogen kamperen, met douches en een heerlijke rivier met natuurlijke spa's. De temperatuur loopt op tot 33 graden, dus de rivier is gewoon heerlijk.
De volgende dag laten we ons leiden door de GPS die ons via een dirt road steeds verder weg leidt – net op het moment dat ik tegen Nico zeg: dit lijkt mij echt wel niet juist te zijn komen we aan een gesloten poort van het NP terwijl onze GPS maar blijft zeggen: rechtdoor! Dus kaart uithalen en de old fashion way de weg vinden op de kaart. Onze tank is nog voor één vierde vol, volgens de wegwijzers nog 45km te gaan: no worries. We volgen de pijlen en onze GPS, plots wordt de weg weeral eens een dirt road, corrugated, wash outs, potholes: why don't the australians finish their roads roepen we tegen elkaar. De benzinetank begint meer en meer naar het rode vakje te gaan, we vinden de afslag naar de benzinestation maar niet en betrouwen de GPS al helemaal niet meer wanneer ze ons weer al eens een dirt road wil laten inslaan. We volgen dus maar de kaart ipv de GPS, plots berekent de GPS de weg opnieuw en doet ze er nog eens 40km bij ipv 10km die wij in gedachten hebben. Lap ik zie het al gebeuren, in the middle of nowhere zonder benzine met het dichtsbijzijnde stadje voor ons op 100km en achter ons 70km tenzij we de afslag vinden ... en daar is ze gelukkig, de wegwijzer geeft ons gelijk nog 10km te gaan terwijl onze GPS volhoudt dat het nog 60 km is. Begrijpe wie begrijpe kan.
We picknicken aan de rivier en bakken op de gratis gasBBQ een hamburger en broodjes. We kunnen inloggen op internet en boeken onze volgende camping in Girraween NP. Het park is gekend voor zijn granieten boulders. De camping is een van de mooiste die we gezien hebben. Voor 5$ (3euro) per persoon heb je een mooie grote verzorgde plaats met je eigen picknick tafel, BBQ, daarenboven zijn er flush toilets, warme douches, zwemgelegenheid en enkele prachtige wandelingen. De wandelingen zijn behoorlijk zwaar omdat je de grote granieten rotsblokken steil naar boven moet beklimmen. Ik laat Nico tot aan de top klimmen, ik blijf halfweg want naar boven is geen probleem maar naar beneden is quite scary!
Ondertussen lopen de temperaturen op: 38 graden in de schaduw! Op onze laatste avond in dit park breekt een warmteonweder uit van jewelste: 4h donder bliksem en 2h regen, regen en nog eens regen. En ons tentje houdt het wonderwel uit zowel de regen als de hevige rukwinden.
We rijden door naar Apsley Falls, daar toegekomen begint het terug te regenen. Met een zeil aan de auto proberen we een shelter te maken. Na 2h stopt het en kunnen we rond ons vuurtje zitten en eten. De volgende dag bekijken we de falls: de regen van de afgelopen weken heeft de falls omgedoopt tot een wilde grootse waterval: indrukwekkend zonder meer. Het wandelpad is echter afgesloten, logisch want het wilde water heeft op 29 december (dus twee weken geleden) gewoon de brug en zijn betonnen fundamenten weggesleurd.
Via een meer (waar we 's avonds BBQ met fenomenaal zicht op het meer en de bergjes errond) en een rivier (waar we toevallig beland zijn omdat onze GPS ons weeral eens via dirt roads heeft verloren laten rijden) komen we in de world heritage blue mountains.
De eerste uitkijk waar we aan stoppen vertelt ons meteen waarom dit worls heritage is. Aussies zeggen “awesome” maw indrukwekkend. Een diepe kloof spant zich voor ons uit, en wij staan op de klif in de diepte maar ook in de verte te kijken. De grand Canyon is zondermeer indrukwekkend maar dit moet er niet voor onder doen. In Blackheath maken we een wandeling langs de loodrechte klif naar beneden tot aan de voet van de Bridal Falls – best dat ik op voorhand niet gezien heb aan welk paadje we ons moesten wagen om hier te geraken. Wel duizend trappen naar beneden. Vele trappen uitgehouwen in de rots, afgesleten, nat, glibberig, soms vervangen door een ijzeren trap maar waardoor je heen kunt kijken waardoor je de afgrond van enkele honderden meters gewoon onder je voeten ziet (beangstigend zonder meer). Duizend trappen naar beneden wil ook zeggen duizend terug naar boven. In temperaturen van 30 graden wil dit zeggen dat het zweet van je loopt. Eenmaal boven zijn we vlug gerecupereerd en doen we een tweede wandeling naar Evans Head. Slechts 6 km , langs de klif maar je volgt de natuurlijk golving dus jawel 6 km trappen op en af. 's Avonds zijn we doodop en gaan we naar een camping, eten we indisch, bellen we het thuisfront op en voelen we voor de eerste keer een koude nacht. De volgende dag rijden we naar Katoomba, waar de wereldbefaamde three sisters rotsen te bekijken zijn. Terug wagen we ons aan een wandeling, terug 5 km trappen op en af en plots komen we aan de giant staircase: slechts 900 trappen. Iedereen doet deze natuurlijk naar beneden, maar niet wij, naar boven! Onderaan de trap staat dat je minsten 45 min moet rekenen om naar boven te gaan, in 15 minuten staan we boven, te puffen en te blazen uiteraard. Maar wanneer 400meter verder aan de visitor centre komen zijn we al weer gerecupereerd. We rijden terug naar Kanungra Walls waar we kamperen. Het is slechts 13 graden om 15h – dit belooft voor de nacht. Het is een grote mooie campground met veel wildlife. Maar we zijn de enigen, geen aussie die zo zot is om in vriestemeraturen (toch in hun beleving) te komen kamperen. Om 17h steken ons vuurtje aan en laten we ons verwarmen door het kampvuur. We hebben alle BBQ leegeroofd van hout zodat we zeker voor 4h vuur hebben. 'S nacht dicht bij elkaar en dan valt de koude heus wel mee. 'S morgens om 8h (de zon is al 2h op) is het nog maar 8graden!
De volgende dag is het terug veel beter weer, en de kampeerders komen dan ook in grote getale toe, wij vertrekken naar Parramata, voorstad van Sydney. Dat het weer beter is, merken we meteen aan de thermometer in onze auto: 38graden in de schaduw.
Ondertussen zijn we terug in Sydney en overnachten we in een bijzonder aangename lodge, op amper 15 minuutjes van Sydney, in een rustige straat. Onze kamer heeft een badkamer en kichenette maar behalve voor ontbijt zullen we deze niet gebruiken want er zijn hier in Randwaick zoveel restaurantjes waar je kunt eten voor 8$ (5euro) dat je zeker niet wil koken (vooral gezien het hier een hittegolf is met temperaturen van 39 graden). Uit eten in Australia is trouwens bijzonder economisch. Je zoekt een restaurantje waar BYO staat. Dat wil zeggen dat je je eigen drank moogt meebrengen. Meestal is ernaast een liquorstore. Je koopt zelf je fles wijn en brengt deze mee naar het restaurant. Zij geven jou ijs, glazen en rekenen een forfait van 1 euro per persoon.

Vrijdag 8 januari






Terwijl België de bitterkoude trotseert, blijven wij hier genieten van 30 graden. De laatste twee weken heeft het wel veel geregend. Logisch want Bruce en Jenni (een koppel die doorheen onze reis steeds weer tegenkomen en telkens wanneer we ze zien regent het) in de buurt. Maar de regen is niet zo erg iedereen wandelt gewoon op blote voeten in zijn boardies (Australies zwembroek) door de regen, want bij 30 graden is regen helemaal niet zo erg. Bovendien zijn alle aussies in de zevende hemel want regio's in Queensland waar sinds 2003 geen regen meer is gevallen, worden nu gekenmerkt door flooding. Maar dat vindt niemand erg.
We hebben de kerstdagen en oudejaars doorgebracht met Rod en Mimie en hun familie. Op kerstdag eet iedereen hier koude hesp (gesneden van een verse ham) en koude kalkoen (geen mens wil in deze temperaturen in de keuken staan koken). Ik heb tiramisu klaargemaakt. Het is wel vreemd om kerstdag met kerstversiering en kerstlichtjes te vieren in 30 graden op een terras, tussendoor in de zee te zwemmen.
Oudejaars hebben we doorgebracht bij vrienden van Rod en Mimie. Een hele avond pictionary gespeeld en om twaalf uur iedereen naar huis, dat is toch wel een zeer unieke manier om oudejaarsavond te vieren (wel grappig in het Engels spreekt men van New years eve terwijl de nadruk leggen op het oude jaar leggen zij de nadruk op het nieuwe jaar ;-)
Veel hebben we echter in de voorbij weken niet gedaan. Zeen fietstochtje van 60 km was zo wat het meest sportieve, vooral veel lezen want de lokale bibliotheek heeft een hele collectie van Nederlandse boeken en natuurlijk tussen de regenbuien door gezwommen en gebodyboard.
Morgenochtend nemen we afscheid van iedereen met een pannenkoeken ontbijt. Dan halen we de huurauto op en vertrekken we richting Brisbane om hopelijk de finale tussen Kim en Justine te zien.

dinsdag 22 december





Wat is het lang geleden dat ik iets geschreven heb in mijn dagboek. Nochtans is er genoeg gebeurd en hebben we zeker niet stilgestaan. Na Surfers Paradise zijn naar Lamington NP gereden. Een weg van 30 km die zich kronkelt doorheen de bergen die voor de helft een 1-vaksbaan is, ambiance verzekerd want je moet dus steeds op je hoede zijn dat er geen tegenligger afkomt want anders sta je neus aan neus. Als je weet dat deze eenvaksgedeelte vooral tijdens de haarspeldbochten zijn, ja dan kun je wel begrijpen dat je behoorlijk opgelucht bent wanneer je boven op het plateau bent en het bordje Lamington NP ziet. We hebben 3 dagen gebleven en hebben 2 behoorlijke lange wandelingen van 15 – 20 km gedaan door het regenwoud en langs de watervallen.
Van Lamington zijn we gereden naar The Gorge, de meest verrassende campground in Australia. Het ligt aan een creek waardoor je heerlijk kunt zwemmen en het wordt uitgebaat door een oude dame die woon in een shed (schuur). De schuur is een grote open ruimte (zoals een goede schuur betaamt) en staat vol met werkmateriaal, wel 10 bedden staan naast elkaar en tussen de rommel in leeft ze. Je komt op het terrein gereden en betaalt 3$ per persoon (nog geen 2 euro) en staat midden in de bush aan een creek, met de goanna's als huisdier. Het sanitair is fantastisch. Er zijn warme douches! Wat moet je doen om een warme douche te hebben? Je steekt buiten een groot kampvuur aan. Er boven ligt een ton die je vult met koud creek water. Als het water warm is haal je een emmer die je vult met het warm water, die emmer giet je leeg in de bush shower (een grote emmer met een douchekraan) et voila je hebt een warmedouche.
Zwemmen doe je in de creek, een fenomenale view, met zicht op Mount Edwards. Geloof dit is heerlijk zwemmen.
Na the Gorge zijn we verder gereden tot aan Kilcoy waar we overnachten op de meest luidruchtige plaats die kunt inbeelden. Na weken van stilte is dit de hel. Bovendien flirt the thermometer met 40 graden en blijft het 's nacht behoorlijk warm. We rijden daarom verder naar de bergjes: Bunya mountains. Via een dirt road met af en toe stijgingspercentage boven de 20% komen we op een hoogte van meer dan 1000 meter en iets frissere temperaturen. Het grasveld zit vol met wallibies en verscheidene vogels komen bijen vangen in de boom naast ons. Terug doen we twee wandelingen van 15km. Het regenwoud is compleet uitgedroogd, de watervallen staan kurkdroog. Op het nieuws horen we dat ¾ van NSW geteisterd is door droogte, een stadje heeft nog water voorraad voor twee weken. Een koppel die al meer dan 40 jaar naar Bunya mountains komt zegt dat ze het nog nooit zo droog hebben gezien. Wanneer we de dag nadien naar Amamoor state park gaan, horen we een soortgelijk verhaal. De rivier moet normaal gezien stromen, en nu staat er enkel nog een waterhole en staat de rivier droog. Reeds meer dan 10 jaar wordt Australia geteisterd door droogte en je kunt het inderdaad doorheen het landschap zien.
Nog een dag op een camping gestaan voor alles uit te mesten en de mobiel spic & span te doen blinken en dan terug naar Noosa Heads om de camper af te leveren. We mogen drie dagen blijvem bij Paul & Irene en we genieten er elk moment. Het contact is hartverwarmend. Ik beloof Vlaamse stovers met Australische beef en Iers bier te maken. Appelmoes met Granny's is volgens mijn moeder een misdaad maar ja als er alleen granny's zijn dan maar met groene appels hé. We hebben ook nog een afscheids BBQ met de andere bewoners, Nico probeert nog eens te roeien met een skiff en we beklimmen de king of the mountain Mt Coorora (allez Nico toch, ik blijf halfweg steken)
En nu verblijven we bij Rod en mimie. Ze hebben een fantastisch guest appartment waar we nu al 5 dagen in verblijven. Morgen verhuizen we naar hun grote camper omdat de familie voor de feestdagen langstkomt. Maar de camper is in vergelijking met de vorige camper zo groot en luxueus dat we ook hier zullen genieten.
Rod heeft Nico leren bodyboarden, ik heb deze morgen geprobeerd te lopen maar de hitte heeft mij na 5 km geveld.
De eerste avond zijn we met Rod & mimie naar een thais restaurant gewandeld. Na 4 km wandelen zien een massa op de straat staan, allemaal mensen die wachten op een tafeltje of take away. Er staan wel 30 plastiek tafeltjes, je moet je eigen glazen en drank meebrengen. Maar het eten is gewoon fenomenaal lekker en vers en je betaald nog geen 8 euro per persoon. De left overs worden in een plastiek potje gestopt zodat je de volgende nog eens kunt genieten van deze fantastische maaltijd.

woensdag 2 december



Vandaag zijn we toegekomen in Torrimolinos of het Benidorm van Australia: Surfers Paradise! Het is bewolkt en regenachtig maar toch zullen we straks met de fiets ons tussen het jong geweld begeven, want blijkbaar is de stad overvol van “schoolies” dat zijn de schoolverlaters die hier komen feesten. Een beetje zoals bij ons 100 dagen maar hier komen ze alllemaal naar het strand en duurt het iets langer dan één dag. Maar vandaag ziet het er wat triestig uit door de grijze wolken.
Nochtans heeft de zon de laatste dagen hard geschenen en was het echt zomer hier. In Coffs Harbour hebben we volop kunnen proeven van beach en surf leven. De redders zijn hier allemaal vrijwilligers verbonden aan een surf club en gezien de golven momenteel nog niet echt hoog zijn, amuseren ze zichzelf door in het weekend aan zeeroeicompetitie te doen. Het is indrukwekkend, honderden grote roeiboten liggen in de branding op het strand. Vier roeiers en 1 stuurman staan klaar. Eerst trekken ze hun zwembroek in hun kont waardoor het lijkt alsof ze een tanga aan hebben. Wel vreemd om de macho surfers dit te zien doen, mar ik heb dus wreed geluk want ik kan zo we kijken naar honderden schone gespierde strakke kontjes. Dan gaat het startschot en springen ze gelijktijdig in de boot en terwijl ze springen trekken ze reeds aan hun roeispaan (de kracht is gewoon fenomenaal) en sleuren ze met 4 de boot doorheen de hoge golven. Natuurlijk is het om ter eerst. Bij het terugvaren naar 't strand is het voor de stuurman die zijn kunsten moet laten zien, want hij moet proberen om de boor recht in een golf te krijgen en hij moet alle kracht gebruiken om er voor te zorgen dat de boot niet dwars komt te liggen.
We komen nu van Springbrook NP, een regenwoud op een plateau van 900 meter. Verschillende watervallen van meer dan 100 meter, een tropisch regenwoud, ... wat wilt eens mens meer. Een wandeling lang de falls brengt ons naar een pool waar we kunnen zwemmen. Het weer is zwoel (meer dan 30 graden en een vochtige omgeving) dus zwemmen in zo'n pool aan een waterval is gewoon heerlijk.
We gingen ook een lange wandeling van 17km doen. De wandeling vertrok op 3 km van de campground, met de fietsjes er naar toe geen probleem ... ware het niet dat het een stijgingspercentage van 10% is en we moeten toegeven op het einde zijn we te voet gegaan want het was gewoon te steil. Eindelijk aan wandeling gekomen, vraag ik mijzelf af hoe ik nog die 17km moet zien waar te maken na deze fysieke inspanning. De wandeling heeft code 4 gekregen, en dat wil zeggen dat het een zeer zware wandeling is (ondertussen kennen we de aussiewandelingen al een beetje). Plots hoor ik “godver ...” de track is gesloten door voorbije stormweer Maar de 4 km lange twin falls track is wel nog open, dus wordt het ipv 17km een 4 km lange wandeling. Ter compensatie wandelen we in de namiddag de 7 km lange track naar de pool om nog maar eens te zwemmen.
Maar nu fietsen we dus naar Surfers Paradise. Morgen Gaan we terug naar een regenwoud NP: Lamington.

donderdag 26 november






De laatste twee dagen staan we aan zee en de zon schijnt! Meestal wordt het wat slechter weer als we naar de zee willen, maar de zon schijnt nu al twee dagen “abundant”. Net zoals bij ons kun je uren en dagen palaveren over het weer. En dat doen ook de aussies, alleen klagen ze niet zoals bij ons. En nochtans hebben ze alle reden tot klagen. Toen we 4 dagen geleden vertrokken van North Head en eventjes halt hielden in Ulladulla (wat een fantastische naam, niet) was het weer uitnodigend zonnig en ongeveer 28 graden, ideaal dus. Op mijn Aussietelefoon kan gratis het weerberichr raadplegen. En terwijl we aan zee een meeneempizza, kijk ik eventjes het weer na op de plaats meest dichtbij bij Ulladulla (Nowra, 50 km van Ulladulla) en het weerbericht zegt dat het er nu 40 graden. We lachen er eens goed mee, ja het weerbericht is hier van hetzelfde allure als de Belgische 90% ernaast ;-) We rijden door naar Nowra want we willen naar Kangeroovalley, een tip van Paul. In onze airco-koude camper rijden we naar Nowra en nog een 20km verder via een zeer bochtig baantje en soms toch wel heel smal. We voelen al de hele rit sinds Ulladulla een stevige wind. Kangeroovalley blijkt zeer mooi te zijn. Een uitnodigend groen veld aan een rivier waar we gratis kunnen kamperen. We stappen uit de auto om een plaatse te vinden en vallen bijna van ons stokje. Een stevige hete lucht blaast in ons gezicht. Jawadde dit is hoe 40 graden aanvoelt, het is ongemeen heet. En door de stevige wind, lijkt het echt alsof ze terug de haardroger in ons gezicht staan te blazen. Ja een plaatsje uit de wind en in de schaduw is hier niet mogelijk. Ik wil het liefst niet onder een boom staan, want ze voorspellen onweer en bliksem is één van de oorzaken van bushfires dus liefst in een open ruimte, met natuurlijk dan de wind en de zon in ons smoeltje. Een tijdje later komen jonge gasten toe en ze stappen uit de auto met identiek dezelfde reactie als wij: shit this is damn hot, let just get back in to the car.
Volgens Paul komen hier 's avonds de wombats uit. We hebben nu al zoveel tijd in Australia doorgebracht maar nog nooit hebben we een wombat gezien. Om 19u wanneer de zon langzaam achter zijn horizon kruipt, wandelt de eerste wombat parmantig over het veld. Plots zien we overal wombats opduiken. Ze zijn de grootte van big, maar harig als een beer en ze grazen als een koe. Vol fascinatie bestuderen we deze beesten. 's Nachts houdt niet alleen de hitte maar ook de wombats ons uit onze slaap. Waarschijnlijk hebben ze last van vlooien of zo, maar ze hebben blijkbaar een ongelooflijke behoefte om zich te krabben en blijkbaar vinden ze de pootjes van onze mobiel hier ideaal voor. Dus midden in de nacht wordt de mobiel heen en weer geschud door de verschillende wombats die zich aan de poten komen krabben.
's morgens is het grijs en nog slecht 16 graden. De temperatuur loopt die dag niet verder op dan 19 graden, dat is meer dan 20 graden op amper een paar uur tijd. De weerman vindt dit fantastisch, en eigenlijk is het dat ook. Want de hitte van de voorbije dagen is dramatisch voor de bushfires, en de regen en koele lucht zorgt dat dit gevaar iets minder wordt en iedereen terug opgelucht kan adem halen.
Via de GPS vinden we een garage (Ultratune) om de auto een service te geven, we overnachten in Wollongong en rijden de volgende dag door naar een regenwoudNP. Prachtig aangelegd, de weg er naartoe is toch wel echt off road maar dat zijn we al gewoon. Nadien blijkt dat we hier niet mochten staan, maar we hebben er toch maar van genoten.
En nu staan we dus aan het strand, een prachtige baai, wit zand, kangeroos die de ganse dag hier ronddwalen, goanna's die af en toe voor onze mobiel passeren.